Zijn verschillende OZB-tarieven wel toegestaan?
Wat speelt er? De onroerendezaakbelasting (OZB) is een van de belangrijkste inkomensbronnen voor gemeenten. In 2025 gaat de OZB zelfs zo’n € 6 miljard opleveren, 8,6% meer dan vorig jaar. Gemeenten willen met betrekking tot de OZB nogal eens verschillende tarieven hanteren, maar dat is maar beperkt toegestaan. Onlangs kwam er een zaak voor de rechter (ECLI:NL:GHARL:2025:156) waarbij sommige belastingplichtigen een deel van hun OZB terugkregen, maar anderen niet. Mag dat wel? Wat vond de rechter?
Opslag ondernemersfonds
In genoemde zaak handelde het om een gemeente die via een opslag op de OZB-tarieven middelen beschikbaar stelde voor een ondernemersfonds. Besloten werd dat de OZB voor niet-woningen zou worden verhoogd met 0,06%, waarvan 0,033% voor rekening van de eigenaar en 0,27% voor rekening van de gebruiker zou komen. De mogelijkheden waren vooraf met diverse betrokkenen besproken, waarbij was gebleken dat bepaalde ondernemers van mening waren dat ze van een dergelijk fonds geen profijt zouden hebben. Dit had erin geresulteerd dat aan deze ondernemers de mogelijkheid was geboden om de opslag op de OZB via een derde partij terug te vragen.
De een wel, de ander niet. Op deze manier werd voor sommige ondernemers, met name agrariërs, in een vrijstelling van de heffing voorzien. Een ondernemer die niet werd vrijgesteld, meende dat er sprake was van ongeoorloofde tariefdifferentiatie en stapte naar de rechter.
Tariefdifferentiatie toegestaan? Het hof boog zich allereerst over de vraag of er wettelijke mogelijkheden bestaan om voor de OZB verschillende tarieven te hanteren. Dit bleek maar beperkt het geval te zijn. Zo kan op grond van de wet een verschil in tarief gemaakt worden voor woningen en niet-woningen, waarbij voor de laatste categorie voor eigenaren en gebruikers ook nog een verschillend tarief kan worden gehanteerd. Het is uitdrukkelijk niet toegestaan om daarbij een progressief tarief te hanteren. Een waardetoename van een pand kan dus alleen resulteren in een evenredige toename van de aanslag OZB. Verder bevat de wet een aantal gerichte vrijstellingen. Zo kan er bepaald worden dat een deel van de waarde van een pand buiten beschouwing blijft en zijn er ook vrijstellingen voor bepaalde specifieke onroerende goederen, zoals kerken.
Omweg via derde niet van belang. De gemeente voerde nog aan dat de teruggave aan bepaalde groepen belastingplichtigen niet rechtstreeks geschiedde, maar via een derde partij. Het hof was van mening dat dit niets wijzigt aan het feit dat de teruggaveregeling als een verlengstuk van de verordening moet worden beschouwd en dat deze dus in zoverre onverbindend is. Het hof stelde de bezwaarmaker dan ook in het gelijk en besliste dat deze de opslag niet hoefde te betalen.
Wat kunt u hiermee?
Gemeenten hebben slechts beperkt het recht om het tarief van de OZB te differentiëren. Deze mogelijkheden zijn wettelijk omschreven en als er verdergaand onderscheid wordt gemaakt, is dit bij voorbaat gedoemd te mislukken. Tip.  Ga dus altijd na of een dergelijk onderscheid bij uw aanslag OZB al dan niet is gemaakt en ga in bezwaar en beroep als dit wel is gebeurd.
Op https://www.tipsenadvies.nl , Download Zone, jaargang 15, nr. 7 vindt u een model Bezwaar OZB - rechtsongelijkheid.