Lagere kostenvergoedingen bezwaar en beroep WOZ en bpm
Hoge Raad. Het is de wetgever een doorn in het oog dat jaarlijks vele WOZ- en bpm-bezwaren worden ingediend, waarbij het volgens diezelfde wetgever veelal slechts gaat om het krijgen van een proceskostenvergoeding. Daarom is deze vergoeding per 2024 voor zaken met betrekking tot de WOZ en bpm verlaagd. De Hoge Raad is hiermee akkoord, maar maakt wel enkele uitzonderingen (ECLI:NL:HR:2025:46) . Wat moet u weten?
Proceskostenvergoeding
Als u bezwaar of beroep aantekent tegen uw belastingaanslag, krijgt u een tegemoetkoming in de kosten van uw adviseur als u uw zaak wint. Deze tegemoetkoming is via een puntensysteem gebaseerd op vaste bedragen. U krijgt bijv. een vast bedrag voor het indienen van beroep door uw adviseur en als hij of zij op de rechtszitting verschijnt. De vergoeding dekt meestal niet alle kosten, maar toch vond de wetgever deze vergoeding te royaal als het de WOZ of bpm betrof.
Op https://www.tipsenadvies.nl , Download Zone, jaargang 15, nr. 7 vindt u meer over proceskostenvergoeding.
Beperking proceskosten. De beperking van de proceskosten komt erop neer dat van de vaste vergoeding voor externe advieskosten slechts 25% wordt uitgekeerd wanneer een zaak inhoudelijk wordt gewonnen. Wordt er op andere gronden gewonnen, bijv. op grond van een vormfout, dan bedraagt de vergoeding slechts 10% van de vaste vergoeding voor externe advieskosten.
Hoge Raad akkoord. In een zaak met betrekking tot de bpm die onlangs tot aan de Hoge Raad werd uitgevochten, ging deze akkoord met de nieuwe beperkingen. De Hoge Raad baseert dit oordeel op het feit dat het inderdaad niet de bedoeling kan zijn dat met name bureaus die werken op no-cure-no-pay-basis, een vergoeding krijgen die ver uitstijgt boven de gemaakte kosten. De Hoge Raad vindt dat er voor de beperking van de kostenvergoeding dan ook een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat.
Uitzonderingen
De Hoge Raad wijst in zijn uitspraak ook op mogelijke uitzonderingen. Zo is de beperking van de proceskostenvergoeding ingegeven door eerder genoemde no-cure-no-pay-bureaus, wordt de vergoeding dan ook veelal rechtstreeks overgemaakt naar dit bureau en worden procedures zodanig afgedaan dat de kostenvergoeding de werkelijke kosten vergaand overtreft. Een indicatie dat hiervan sprake is, is onder meer het gebruik van standaard tekstblokken, aldus de Hoge Raad.
Bijzondere omstandigheid. Is er van een dergelijke situatie geen sprake, dan dient dit aangemerkt te worden als een bijzondere omstandigheid en wordt er toch een volledige proceskostenvergoeding toegewezen. Dat er van een dergelijke situatie geen sprake is, moet belastingplichtige wel aannemelijk maken, want de bewijslast rust op hem.
Noodzakelijk hoger beroep. De Hoge Raad geeft ook aan dat een beperking van de proceskostenvergoeding ook niet aan de orde is als een belastingplichtige deze kosten moet maken, omdat de Belastingdienst of gemeente zelf hoger beroep of beroep in cassatie heeft aangetekend. Het moet dan gaan om een uitspraak waarin degene in het gelijk werd gesteld en ook in hoger beroep of beroep in cassatie in het gelijk wordt gesteld. Dan is duidelijk dat het niet de bedoeling was om hiermee een kostenvergoeding binnen te slepen.