Begin- en einddatum eigenwoningforfait: let op deze data!
Correcte verhuisdatum Vooral als de feitelijke verhuisdatum niet overeenkomt met de datum van uit- en inschrijving, kan dit onverwachte gevolgen hebben. Des te belangrijker dus om hier bij een verhuizing oog voor te hebben en dit op het juiste moment te regelen.
Inschrijving in de BRP
De wet stelt dat de eigenwoningregeling geldt zolang een woning als hoofdverblijf fungeert. De inschrijving in de BRP geldt als uitgangspunt voor de begin- en einddatum van het eigenwoningforfait (art. 3.112 lid 6 wet ib 2001) . Het belang om ervoor te zorgen dat de inschrijving in de BRP overeenkomt met de feitelijke situatie, is dus groot. Is een inschrijving in de BRP niet mogelijk (bijv. doordat een gemeente hiervoor geen toestemming geeft of een woning in het buitenland waarbij inschrijving in de BRP niet mogelijk is), dan is de feitelijke verhuisdatum bepalend voor de eind- en begindatum van het eigenwoningforfait. Ook als er sprake is van fiscale partners met ieder een eigen woning, is aansluiting bij de BRP niet mogelijk. In dat geval zullen zij op basis van artikel 3.111, lid 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 een keuze moeten maken welke woning als eigen woning wordt aangemerkt. De Wet basisregistratie personen schrijft voor dat er binnen vijf dagen na de verhuizing inschrijving in de BRP moet plaatsvinden. De inschrijving op het nieuwe woonadres zorgt automatisch voor uitschrijving op het oude woonadres. Een inschrijving met terugwerkende kracht is niet mogelijk.
Kennisgroep
Onlangs is de kennisgroep (kg:051:2025:1) op een drietal specifieke situaties ingegaan:
- inschrijving in de BRP na de feitelijke verhuizing;
- inschrijving in de BRP voor de feitelijke verhuizing;
- geen inschrijving in de BRP.
Bij een te late inschrijving (na de feitelijke verhuizing), geldt als einddatum voor de toepassing van het eigenwoningforfait van de oude woning, de datum waarop deze woning geen eigen woning meer is in de zin van artikel 3.111, lid 1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, kort gezegd: de datum waarop de woning geen eigendom meer is. In dat geval berekent de Belastingdienst het eigenwoningforfait dus over een langere periode dan de woning feitelijk bewoond werd. Voor de nieuwe eigen woning geldt als startdatum voor het eigenwoningforfait de datum waarop de inschrijving in de BRP heeft plaatsgevonden.Als men de inschrijving in de BRP wijzigt voor de feitelijke verhuizing, geldt deze datum als einddatum voor het eigenwoningforfait van de oude eigen woning en als begindatum voor het eigenwoningforfait voor de nieuwe eigen woning. Het eigenwoningforfait over de nieuwe eigen woning wordt dan voor een te lange periode gerekend, wat vooral een nadeel is als de WOZ-waarde van de nieuwe eigen woning hoger is dan de WOZ-waarde van de oude eigen woning.Het gebeurt ook dat men de inschrijving in de BRP in het jaar van verhuizing niet wijzigt. In dat geval moet men aansluiten bij de feitelijke verhuisdatum voor het moment waarop het eigenwoningforfait voor de oude woning stopt en voor de nieuwe woning begint.
Voorbeelden De kennisgroep geeft twee voorbeelden van een belastingplichtige met een eigen woning die verhuist naar een nieuwe woning. De voormalige eigen woning wordt verhuurd aan derden. In het eerste voorbeeld schrijft de belastingplichtige zich enkele maanden later, maar nog in hetzelfde kalenderjaar, in op het nieuwe woonadres. Het eigenwoningforfait wordt volgens de kennisgroep dan berekend tot het moment van inschrijving op het nieuwe adres.In het tweede voorbeeld schrijft de belastingplichtige zich pas twee jaar na de verhuizing in op het nieuwe adres. De kennisgroep stelt dat het eigenwoningforfait dan berekend wordt tot het moment van de daadwerkelijke verhuizing in het kalenderjaar.
bz-advies
Houd scherp in de gaten of de inschrijving in de BRP overeenkomt met de feitelijke situatie. Dit voorkomt dat het eigenwoningforfait over een te lange periode of juist een te korte periode berekend wordt. De inschrijving in de BRP moet binnen vijf dagen na de verhuizing geregeld worden.