Recht van uitweg: wat als de formulering in de akte onduidelijk is? Moeten paaltjes langs uitweg worden weggehaald?
Garages moeilijk bereikbaar. De achtertuin van Piet grenst aan een binnenterrein waarop zijn garage en de garages van zijn buren liggen. Het terrein is vanaf de openbare weg bereikbaar via een weg die loopt over het perceel dat kortgeleden door Hein is aangekocht. De weg heeft een breedte van 4,5Â meter.
Recht van uitweg gevestigd
Voor het gebruik van de weg is ruim 50Â jaar geleden een erfdienstbaarheid gevestigd. In de akte van vestiging staat dat er een recht van uitweg wordt gevestigd om vanaf het binnenterrein met de garages te komen en te gaan van en naar de openbare weg. De koper en de opvolgende verkrijgers van het dienende perceel zijn daaraan gebonden.
Paaltjes geplaatst
Door Hein worden aan beide zijden van de uitweg zes kunststof paaltjes geplaatst. Daardoor wordt de breedte van de weg teruggebracht van 4,5 meter naar 3 meter. Volgens Hein is dat breed genoeg om met auto’s vanaf de openbare weg bij de garages te komen. Door de wegversmalling kunnen auto’s elkaar niet meer passeren en auto’s met aanhangers, caravans en kleine vrachtauto’s kunnen er nauwelijks door. Volgens Piet is de erfdienstbaarheid niet alleen gevestigd voor auto’s om de garages te bereiken, maar ook voor andere doeleinden. Door de paaltjes is het niet langer mogelijk om de weg onbeperkt te gebruiken. Dat is een onrechtmatige inbreuk op de erfdienstbaarheid.
Nog breed genoeg? Hein ziet dat anders. In de akte van het perceel dat hij heeft aangekocht, staat dat er op zijn grond een recht van uitweg is gevestigd om met een auto van de garages te komen en te gaan naar de openbare weg. Via de weg van 3Â meter breed is dat nog steeds goed mogelijk.
Wat zegt de wet? De inhoud van de erfdienstbaarheid en de wijze van uitoefening worden bepaald door de akte van vestiging en, voor zover in deze akte regels daarover ontbreken, door plaatselijke gewoonte. Is een erfdienstbaarheid te goeder trouw geruime tijd zonder tegenspraak op een bepaalde wijze uitgeoefend, dan is bij twijfel deze wijze beslissend (art. 5:73 lid 1 BW) .
Andere formulering niet van belang. Volgens Rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2022:5819) is de formulering in de akte van vestiging onvoldoende om daaruit te concluderen dat het recht van uitweg alleen is gevestigd om met auto’s de garages te kunnen bereiken. Dat in de akte waarbij Hein het dienende perceel heeft aangekocht deze beperkte uitleg staat vermeld, maakt dat niet anders. Want wat in deze overdrachtsakte is opgenomen, verandert immers niets aan de formulering van de akte waarbij de erfdienstbaarheid is gevestigd. De formulering in deze akte is beslissend.
Oordeel rechter. Omdat het doel van de erfdienstbaarheid niet duidelijk blijkt uit de letterlijke bewoordingen in de vestigingsakte, moet worden gekeken naar de plaatselijke situatie en de feitelijke wijziging van uitoefening. Het is duidelijk dat de uitweg gedurende geruime tijd niet alleen gebruikt werd door auto’s die van en naar de garages gaan, maar ook door andere voertuigen en met andere doeleinden. Door het plaatsen van de paaltjes is dat niet of nog slechts moeilijk mogelijk. Dat is een onrechtmatige inbreuk op de erfdienstbaarheid. Hein moet daarom de zes kunststof paaltjes weer verwijderen.