EIGEN WONING - 17.12.2020

Teruggekeerde dochter blokkeert uitzendregeling

De uitzendregeling eigen woning kan niet worden toegepast als een kind, dat niet meer tot het huishouden behoort, in de ouderlijke woning gaat wonen.

Huishouden Een dochter woont tot 22 oktober 2010 in het ouderlijk huis en gaat daarna voor haar studie op kamers wonen. Zij staat elders ingeschreven in de BRP. Haar vader wordt in 2011 uitgezonden naar het buitenland. Van 10 maart 2014 tot en met 7 mei 2014 is de woning hoofdverblijf van de dochter. Zij staat ook op het adres van de woning ingeschreven. Vader wil op grond van de uitzendregeling zijn woning in Nederland in 2014 als eigen woning aanmerken. De fiscus gaat daarmee niet akkoord omdat een derde, de dochter, de woning heeft bewoond. Hof Den Bosch oordeelt dat de dochter voor de uitzendregeling als een derde kwalificeert (ecli:nl:ghshe:2019:4006) . Vanaf het moment dat de dochter op kamers ging wonen, maakte zij geen deel meer uit van het huishouden van haar ouders. Bij haar terugkeer in de woning in 2014 ging zij evenmin opnieuw deel uitmaken van dat huishouden. De Hoge Raad vindt de redenering van het hof niet onbegrijpelijk (ecli:nl:hr:2020:1667) . Het feit dat de man zijn dochter onderhield omdat zij geen eigen inkomen had, is niet van belang. Dat de dochter regelmatig bij haar ouders - al dan niet in de woning - verbleef, is evenmin relevant. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de man dan ook ongegrond.

De uitzendregeling kan wel blijven gelden als de dochter formeel is aangesteld als kraakwacht.

Contactgegevens

Indicator BV | Schootense Dreef 31 | Postbus 794 | 5700 AT Helmond

Tel.: 0492 - 59 31 31 | Fax: 040 - 711 17 00

klantenservice@indicator.nl | www.indicator.nl

 

KvK-nummer: 17085336 | Btw-nummer: NL-803026468B01