Vakantiedagen vervallen niet zomaar
Vakantieopbouw volgens wet en cao. De wet zegt dat een werknemer recht heeft op vier keer zijn wekelijkse arbeidsduur aan vakantie. Een werknemer met een contract van 40 uur bouwt dus jaarlijks 160 uur (20 dagen) vakantie op, de zogenaamde ‘wettelijke vakantiedagen’. Maar er is meer. Veel cao’s en individuele arbeidsovereenkomsten geven de werknemer extra vakantiedagen, de ‘bovenwettelijke vakantiedagen’.
Niet eeuwig houdbaar. De wetgever wil dat de werknemer de vakantie ook echt kan gebruiken om te recupereren van het werk. Daarom moet u er als werkgever voor zorgen dat uw werknemer de vakantie opneemt en mag u de wettelijke vakantiedagen bijv. niet uitbetalen. Als de werknemer de vakantiedagen echter niet opneemt, vervallen (verjaren) deze na verloop van tijd.
Wettelijke en bovenwettelijke termijn. De wettelijke vakantiedagen vervallen zes maanden na het jaar waarin ze zijn opgebouwd (dus op 1 juli 2020 voor de dagen die in 2019 zijn opgebouwd). Let op. De wettelijke vakantiedagen vervallen niet als de werknemer kan aantonen dat hij deze dagen helemaal niet op kon nemen (bijv. bij langdurige arbeidsongeschiktheid) of als hij geen kans heeft gekregen de vakantie op te nemen. De bovenwettelijke vakantiedagen zijn langer houdbaar. Deze verjaren vijf jaar na het jaar waarin ze zijn opgebouwd.
Wat zei het Europese hof nu? Het Europees Hof van Justitie (ECLI:EU:C:2018:872) heeft nu beslist dat u uw werknemer erop moet wijzen dat de vakantiedagen gaan vervallen als hij deze niet opneemt en u moet de werknemer de kans geven de dagen alsnog op te nemen. U moet de werknemer ook wijzen op de financiële consequensties van het vervallen van de vakantiedagen. Als de werknemer de dagen dan nog niet opneemt, mag de werkgever deze dagen laten vervallen.
Houd dus de regie. Leg vast dat u uw werknemers heeft gewezen op het vervallen van de dagen en verstrek hun regelmatig een overzicht van hun vakantiedagen.