Echtscheiding, dit jaar of toch in 2020?
Nieuwe regeling met ingang van 2020
Maximaal vijf jaar. De nieuwe wet beperkt de duur van de partneralimentatie vanaf 1 januari 2020 uitsluitend voor verplichtingen die op of na deze datum tot stand komen. De duur van de partneralimentatie wordt de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van vijf jaar.
Uitzonderingen. Daarop zijn drie uitzonderingen waardoor de termijn langer kan zijn.
- Als uit het huwelijk kinderen zijn geboren: het recht op partneralimentatie eindigt als het jongste kind twaalf jaar wordt.
- Bij een langdurig huwelijk: als het huwelijk minimaal 15 jaar heeft geduurd en de alimentatiegerechtigde binnen tien jaar AOW krijgt, dan loopt de alimentatieverplichting ten minste door tot aan de AOW-leeftijd.
- Bij een langdurig huwelijk van meer dan 15 jaar, waarbij de ex-partner geboren is op of voor 1 januari 1970 en hij of zij pas over meer dan tien jaar AOW krijgt: de alimentatieduur is maximaal tien jaar. Deze uitzondering vervalt zeven jaar na invoering van de wet.
Let op. De rechter heeft in schrijnende gevallen altijd het laatste woord. Hij kan dan een langere termijn dan vijf jaar toewijzen. De scheidende partners kunnen ook in onderling overleg een langere termijn dan het wettelijk minimum afspreken.
Nog in 2019 of pas in 2020? De echtgenoot/partner die de alimentatie moet betalen, zal de echtscheiding met de bijbehorende vaststelling van de alimentatie over de jaargrens willen tillen. De echtgenoot die alimentatie gaat ontvangen, zal de echtscheiding nog dit jaar willen afwikkelen.
Fiscale aftrek partneralimentatie
Afbouw aftrekpercentage. Partneralimentatie is fiscaal aftrekbaar voor de alimentatiebetaler en fiscaal belast bij de ontvanger. In 2019 is de partneralimentatie aftrekbaar tegen een belastingtarief van maximaal 51,75%. De maximale belastingaftrek van 51,75% wordt de komende jaren afgebouwd naar een maximale aftrek van 37,05% in 2023. Let op. Vooral alimentatiebetalers met een hoger inkomen (> € 68.500) hebben hierdoor minder belastingvoordeel.
Dga en echtscheiding
Gemeenschap van goederen. Bij ontbinding van een gemeenschap van goederen gaan alle aandelen in de regel naar de directeur-grootaandeelhouder (dga). Zijn ex krijgt een vordering op de dga ter grootte van 50% van de waarde van de aandelen. Let op. In dat geval wordt de dga min of meer gedwongen om de BV geforceerd dividend te laten uitkeren, waarover hij direct 25% belasting (box 2) moet betalen. Het box 2-tarief gaat in 2020 naar 26,25% en in 2021 naar 26,9%.
Beleggingsvermogen afsplitsen. Een methode om de geforceerde box 2-heffing bij een boedelscheiding te voorkomen, is een juridische splitsing met het oog op die boedelverdeling. Hierbij blijft de onderneming achter in de bestaande BV en worden de beleggingen overgeheveld naar een aparte BV. De ex krijgt dan de aandelen in deze beleggings-BV met medeneming van de latente belastingclaim. De dga behoudt zijn onderneming (de bestaande BV). Hiermee wordt voorkomen dat de dga direct fiscaal moet afrekenen. Dat scheelt dus een klap aan liquiditeit! Afsplitsen kan in dit soort situaties fiscaal geruisloos.