Zo benut u de nieuwe tariefstructuur in box 3 optimaal
Box 3 ‘eerlijker’?
De laatste jaren is er veel kritiek geweest op de belastingheffing in box 3. Door de lage rente op spaartegoeden van de laatste jaren betaalden veel ‘voorzichtige’ spaarders meer belasting over hun box 3-vermogen dan zij aan rente ontvingen.
Nieuwe tariefstructuur. Dit is aanleiding geweest om de tariefstructuur van box 3 te wijzigen. Het tarief in box 3 is met ingang van 2017 progressief. Bij een klein vermogen pakt dit gunstig uit, maar bij een groter vermogen gaat u meer belasting betalen. Bij een hoger vermogen wordt u namelijk geacht minder op een spaarrekening te zetten en meer te beleggen en zo een hoger rendement te behalen.
Hoe pakt dit uit?
Voor 2018 ziet de tariefstructuur er als volgt uit:
Vermogen | Rendement |
0 - € 30.000 * | vrijgesteld |
Tot € 70.800 | 2.017% |
€ 70.800 - € 978.000 | 4,326% |
Meer dan € 978.000 | 5,38% |
* Fiscale partners hebben samen recht op een vrijstelling van € 60.000.
Door de progressie in het veronderstelde rendement is het in de meeste gevallen voordelig om het box 3-vermogen gelijk te verdelen.
Toegerekend Vermogen | Belasting partner 1 | Belasting partner 2 | Belasting totaal |
€ 200.000 | € 2.105 | - | € 2.105 |
Elk € 100.000 | € 807 | € 807 | € 1.612 |
Max. besparing | € 493 |
Denk aan de heffingskortingen
Niet alleen box 3. Optimaal het vermogen in box 3 verdelen over uzelf en uw partner is mooi, maar het kan op andere plaatsen onverwachte effecten hebben. Zo kan het uitbetalen van de heffingskorting in het gedrang komen.
Uitbetalen heffingskorting. U mag de te betalen belasting verminderen met de heffingskorting. Als u of uw partner te weinig inkomen heeft om de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting te verrekenen, dan kan deze worden uitbetaald. De voorwaarde hiervoor is dat de andere partner voldoende belasting betaalt.
Afbouw uitbetaling. Sinds een aantal jaren wordt de uitbetaling van de algemene heffingskorting afgebouwd. Hierdoor kan nog maar een deel van de heffingskorting worden verrekend op basis van het inkomen van de partner. Voor 2018 kan nog 33% van de algemene heffingskorting ad € 2.265, oftewel: € 747, via de partner worden verrekend. Tip. Wie voor 1963 geboren is, heeft in voorkomende gevallen nog wel recht op volledige uitbetaling van de algemene heffingskorting.
Voorbeeld.Uw partner (geboren na 1963) heeft geen inkomen en derhalve recht op € 755 algemene heffingskorting. Het is dan voordelig om hem of haar vooraf precies zo veel vermogen toe te delen dat de verschuldigde belasting hierover gelijk is aan het deel van de algemene heffingskorting dat anders verloren zou gaan, te weten 67% van € 2.265, oftewel: € 1.518. Het vermogen dat na deze exercitie (eventueel) resteert, verdeelt u gelijkelijk over uzelf en uw partner.