Rangorderegeling en kwalificatie inkomstenbron
Verschuiving Een klarinettist was onder meer werkzaam als klarinetdocent, dirigent en ensembleleider, hij had hiervoor een zogenoemde vaste aanstellingsomvang. In de loop van de jaren investeerde hij zo’n € 60.000 in muziekinstrumenten. Tot 2012 was er niets aan de hand. Hij geeft het grootste deel van zijn inkomsten aan als inkomsten uit dienstbetrekking en wat andere inkomsten als resultaat uit overige werkzaamheden. Zowel de klarinettist als de Belastingdienst konden daarmee leven. In 2013 veranderde er een aantal zaken in zijn werkzaamheden. Hij werd ontslagen bij het orkest en ging wat andere muzikale werkzaamheden verrichten via een stichting. De wijziging was dusdanig dat de klarinettist zich bezon op het fiscale etiket dat hij op zijn werkzaamheden plakte. Hij besloot zijn totale inkomen dat jaar aan te geven als winst uit onderneming. Hij maakte daarbij geen gebruik van de mogelijkheid om een VAR aan te vragen. Uiteraard bracht hij allerlei kosten in mindering en gebruikte hij de mogelijkheden die de zelfstandigenaftrek biedt. De inspecteur ging niet akkoord met de zienswijze van de klarinettist. Hij merkte alle inkomsten aan als inkomsten uit dienstbetrekking (ecli:nl:rbnho:2018:6546).
Rangorderegeling
Bij verschuiving van inkomsten van de ene naar de andere inkomstenbron moet de rangorderegeling (art.14 Wet IB) worden toegepast. De rangorderegeling komt erop neer dat voordelen of vermogensbestanddelen onder de eerst mogelijke bepaling in de Wet inkomstenbelasting 2001 vallen. Ze vallen dan niet meer onder andere bepalingen van de wet, ook wanneer dat wel mogelijk zou kunnen zijn. Wanneer een inkomstenbron als winst uit onderneming wordt aangemerkt, kan diezelfde inkomstenbron nooit als inkomen uit dienstbetrekking (enzovoorts) kwalificeren.
Kosten en lasten Ook kosten en lasten komen alleen voor aftrek in aanmerking bij de eerste bron waaraan zij kunnen worden toegerekend, bijvoorbeeld de kosten van vakliteratuur. Deze kunnen voor een auteur van een vaktijdschrift, die bovendien een dienstbetrekking heeft, betrekking hebben op zowel de dienstbetrekking als op de overige werkzaamheden. In beginsel zou de toerekening moeten plaatsvinden op basis van het voor de desbetreffende bronnen afgeworpen nut. Dat is in de praktijk niet altijd mogelijk. Derhalve kan bij een andere verdeelsleutel worden aangesloten, zoals de uit de desbetreffende bronnen verkregen inkomsten.
bz-advies
Hanteer altijd de rangorderegeling van de inkomstenbelasting bij de kwalificatie van een inkomstenbron.
- Winst uit onderneming, zo niet?
- Inkomsten uit dienstbetrekking, zo niet?
- Resultaat uit overige werkzaamheden.
Kwalificatie
De klarinettist heeft in het verleden zijn inkomsten aangemerkt als inkomsten uit dienstbetrekking en resultaat uit overige werkzaamheden. Mag hij die kwalificatie zomaar wijzigen? De rechtbank beoordeelde per afzonderlijke inkomstenbron of er in het jaar 2013 sprake was van winst uit onderneming. De bewijslast dat er sprake is van winst uit onderneming ligt bij de klarinettist. Bij de kwalificatie winst uit onderneming is onder meer van belang de duurzaamheid en de omvang van de werkzaamheden, de grootte van de opbrengsten, de winstverwachting, het lopen van (ondernemers)risico, het streven naar continuïteit, de beschikbare tijd, de bekendheid die naar buiten aan de werkzaamheden wordt gegeven, het aantal opdrachtgevers en het spraakgebruik. In dit geval struikelt de klarinettist onder meer op het ondernemersrisico. De risico’s die hij loopt zijn zeer beperkt en werden door de rechtbank niet als ondernemersrisico beschouwd.
Row De rechtbank vervolgde de toepassing van de rangorde regeling. Voor de kwalificatie inkomsten uit dienstbetrekking is gezag nodig. Voor onder meer de lesactiviteiten van de klarinettist vond de rechter dat er inderdaad sprake is van gezag. Voor zijn muzikale ontwikkelingsactiviteiten is dat niet het geval, die gaan dus door naar de volgende inkomensbron van de rangorderegeling: resultaat uit overige werkzaamheden.