Tijdige actie vereist voor fiscaal voordelige bedrijfsopvolging!
Actieve onderneming? De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten (BOF) voor erven en schenken bieden een vrijstelling van 100% tot € 1.071.987,- (2018). Voor geschonken of vererfd ondernemingsvermogen boven dit bedrag geldt een vrijstelling van 83%.
Download de checklist ‘Voorwaarden toepassing BOF’ van http://tipsenadvies-financiele-planning.nl/download (PL 01.02.04).
Voor toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten is een belangrijke eis dat de BV een actieve onderneming drijft. Maar wat nu als u uw onderneming net heeft verkocht? En wat als de activiteiten alleen bestaan uit het verhuren van een enkel pand? Ook dan zijn er mogelijkheden om de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten alsnog toe te passen. U moet hiervoor op tijd maatregelen nemen.
Praktijkvoorbeeld 1
Vader heeft in het verleden zijn onderneming verkocht aan zijn zoon. Vader bezit nu nog een BV met daarin ondergebracht een oudedagsverplichting en verder slechts liquiditeiten en beleggingen. Zijn zoon exploiteert de onderneming.
Wat als vader komt te overlijden? De aandelen in de BV vererven. Aangezien deze oudedags-BV geen onderneming exploiteert, kunnen de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten niet worden toegepast.
Aanmerkelijkbelangheffing. Over de waarde van de aandelen is aanmerkelijkbelangheffing verschuldigd en daarnaast nog erfbelasting. Per saldo een heffing van 40% over de waarde van de aandelen in de BV. Zonde!
Hoe tijdig voorsorteren? Door tijdig voor te sorteren op toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten, kan deze heffing worden voorkomen.
Als vader tijdens leven opnieuw gaat participeren in de onderneming van zijn zoon, gaat zijn BV (indirect) een actieve onderneming exploiteren. En zie hier, de BV drijft een actieve onderneming en kwalificeert hiermee voor toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten.
Zorg voor voldoende aandelenbelang. Het belang in de BV van de zoon dient wel voldoende groot te zijn. Een belang van 5% is voldoende voor de toerekening aan de holding van de BV.
Let op. Sinds 1 juli 2016 is een indirect belang kleiner dan 5% niet langer voldoende voor de toerekening. Deze regeling is ingevoerd om te voorkomen dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten alsnog werden toegepast op beleggingsvermogen.
Hoe de participatie realiseren?
De participatie in de onderneming van de zoon kan worden gerealiseerd door bijvoorbeeld uitgifte van aandelen in de BV van de zoon of door gezamenlijk te gaan participeren in een Vof.
Voor de vererving geldt als voorwaarde dat de BV van vader minimaal één jaar een actieve onderneming dient te drijven. Wil vader de aandelen al eerder schenken, dan geldt er een termijn van vijf jaar. Het is dus van belang tijdig uw zaken te regelen!
Actieve onderneming
Feit blijft natuurlijk dat naast de participatie in de actieve onderneming van de zoon, er in de BV ook nog liquiditeiten, beleggingen en een oudedagsvoorziening aanwezig zijn. Dat de BV kwalificeert als een actieve onderneming, wil uiteraard niet zeggen dat dit vermogen ook automatisch als ondernemingsvermogen kwalificeert. Voor zover de liquiditeiten niet nodig zijn om in de onderneming te gebruiken, blijft dit beleggingsvermogen.
Splitsing aanbrengen. Het valt te overwegen om een splitsing aan te brengen tussen het ondernemingsvermogen en het beleggingsvermogen en slechts het ondernemingsvermogen te schenken. Het voert te ver om dit in dit artikel uit te werken. In een volgend nummer komen we hierop terug.
Praktijkvoorbeeld 2
De heer Jansen is eigenaar van een BV die onroerend goed verhuurt. Verhuur van onroerend goed kan onder voorwaarden als een actieve onderneming worden aangemerkt, maar in deze situatie betreft het een enkel pand dat wordt verhuurd, dus dit is een beleggings-BV. Op het moment van overlijden zijn de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten niet van toepassing. Wat te doen?
Huurder participeert in onderneming. Als de heer Jansen alsnog gebruik wil maken van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten, is het advies in overleg te treden met zijn huurder over een eventuele participatie in de onderneming van de huurder. Nu betaalt de huurder huur aan de BV van de heer Jansen. Indien er sprake is van een participatie, wordt de BV van de heer Jansen winstgerechtigd.
Voordeel, actieve onderneming!
BOF. Het voordeel voor de heer Jansen is dat de BV aldus (indirect) een actieve onderneming gaat exploiteren. In tegenstelling tot in de huidige situatie biedt dit mogelijkheden de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten te benutten. Met name in familierelaties is dit eenvoudig te realiseren, maar in de praktijk komt dit ook voor bij derde huurders.
Ondernemingsvermogen. Doordat het pand in deze situatie in de eigen onderneming wordt gebruikt, immers het pand staat nu ter beschikking aan de onderneming waarin de BV van de heer Jansen participeert, wordt het pand als ondernemingsvermogen aangemerkt. Een verhuurd pand kwalificeert alleen onder voorwaarden als ondernemingsvermogen voor toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten, maar een pand in eigen gebruik kwalificeert per definitie. Zo slaat u dus twee vliegen in één klap!
FP-advies
Om in de toekomst gebruik te kunnen maken van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten is het van belang tijdig voorzorgsmaatregelen te treffen.
- Indien de BV geen actieve onderneming exploiteert, kijk dan naar de mogelijkheden alsnog een actieve onderneming onder te brengen in de BV.
- Indien de kinderen van uw cliënt een onderneming exploiteren, overweeg dan uw cliënt (opnieuw) een belang in de onderneming te laten verkrijgen.
- Als uw cliënt of zijn BV onroerend goed bezit dat wordt verhuurd aan een onderneming, treed dan in overleg met de huurder over een mogelijke participatie in deze onderneming.