Verlies verrekend, heffingskorting kwijt?
Als het eventjes tegenzit. Als het met uw onderneming een jaar wat minder gaat, kan het voorkomen dat u verlies lijdt. Een dergelijk verlies mag u in de inkomstenbelasting verrekenen met positieve inkomens in box 1 uit de drie voorgaande jaren en de negen komende jaren. Dit kan echter gevolgen hebben voor een al verleende heffingskorting aan uw partner, zo bleek onlangs.
Verrekenen heffingskorting
In beginsel heeft iedereen recht op de algemene heffingskorting. De hoogte ervan is inkomensafhankelijk en bedraagt dit jaar maximaal € 2.265,-. De heffingskorting kunt u in mindering brengen op de te betalen belasting. Is uw inkomen zo gering dat u zelf geen belasting betaalt of minder dan de heffingskorting, dan kunt u deze soms uitbetaald krijgen. Voorwaarde is wel dat u een partner heeft die wel voldoende belasting betaalt om de heffingskorting mee te kunnen verrekenen.
Invloed van verliesverrekening. Onder omstandigheden kan dit er wel toe leiden dat een al uitbetaalde heffingskorting achteraf moet worden terugbetaald. Een dergelijk geval deed zich onlangs voor bij Rechtbank Noord-Nederland, 05.03.2018 (RBNNE:2017:4211) . Een collega van u leed in een jaar verlies, maar kon dit verlies gelukkig verrekenen met winst uit een van de voorgaande jaren. Daardoor hoefde hij over het jaar waarmee het verlies verrekend was, per saldo geen belasting te betalen.
Zuur na het zoet. De al betaalde belasting kreeg hij terug, maar tegelijkertijd moest zijn partner de door haar ontvangen heffingskorting weer teruggeven. De partner betaalde nu immers geen belasting meer en dus werd er niet voldaan aan de voorwaarde dat de heffingskorting alleen wordt uitbetaald als de partner wel voldoende belasting afdraagt.
Termijn. Het terugvorderen van de heffingskorting is overigens wel gebonden aan een termijn. Dit kan tot acht weken nadat de aanslag of verliesbeschikking van de partner definitief is geworden. Daarna is navorderen van de heffingskorting niet meer mogelijk.
Volgorde verliesverrekening staat vast
De volgorde van verliesverrekening staat wettelijk vast. Een verlies moet eerst worden verrekend met het positieve inkomen uit het derde voorgaande jaar, daarna van het tweede voorgaande jaar en daarna van het voorgaande jaar. Daarna wordt pas voorwaarts verrekend.
Wat kunt u zelf doen? Verlies van de heffingskorting voorkomt u door ervoor te zorgen dat de partner een eigen inkomen heeft. Hiermee kan de heffingskorting dan verrekend worden. Bijvoorbeeld via het toedelen van vermogen aan de partner, waardoor in box 3 belasting betaald moet worden. Of door het eigen verlies te beperken, bijvoorbeeld door reserves als de oudedagsreserve niet verder op te laten lopen of niet versneld af te schrijven in de gevallen waarin dat mogelijk is.
Wat als u niets doet? Het verloren gaan van de heffingskorting door verliesverrekening van de partner zal zich op termijn niet meer voordoen. Het uitbetalen van de korting als de partner voldoende belasting betaalt, wordt namelijk over vijf jaar afgeschaft. Dat geldt niet voor degenen die voor 1963 geboren zijn.