Ontspringt zwartspaarder de dans?
Wat speelde er?
Zwartspaarder. Een Nederlandse spaarder had jarenlang zijn spaargeld buiten het zicht van de Nederlandse fiscus in Luxemburg gestald. Zijn gegevens werden echter verduisterd en verkocht aan de fiscus. Er werden uiteraard navorderingsaanslagen (met boete) opgelegd. Die aanslagen werden aangevochten: ze waren immers gebaseerd op gestolen informatie. De gang van zaken werd echter uiteindelijk door de Hoge Raad, 18.12.2015 (HR:2015:3600) , goedgekeurd.
Verwijzigingshof. De Hoge Raad verwees de zaak ter verdere afhandeling naar het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 20.02.2018 (GHSHE:2018:515) , dat de navorderingsaanslagen nu heeft vernietigd. Let op. Betrokkenen moeten niet te vroeg juichen: de staatssecretaris van Financiën heeft inmiddels cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het hof. De staatssecretaris vindt het onjuist dat de aard van de bewijsvoering tot gevolg zou hebben dat deze zwartspaarder vrijuit gaat.
Welk bewijs mag er gebruikt worden?
Besmette informatie. Mag verduisterde en vervolgens verkochte informatie in een beroepsprocedure gebruikt worden of moet deze informatie buiten beschouwing worden gelaten? Volgens de Hoge Raad is het gebruik van besmette informatie in beginsel toegestaan.
Alleen in uitzonderlijke gevallen ligt dit anders. Een belangrijk rechtsbeginsel moet dan zeer ernstig zijn geschonden. Er is dus ruimte voor een belangenafweging. Als het echt de spuigaten uitloopt, kan bewijs onbruikbaar blijken te zijn.
Ernstige schending. Van zo’n ernstige schending is in dit geval volgens het hof sprake. Door tipgevers te betalen voor verduisterde informatie, heeft de fiscus zich schuldig gemaakt aan heling.
Bewijsuitsluiting. Daarvoor kan men de inspecteur of de staatssecretaris niet strafrechtelijk vervolgen, maar de sanctie van bewijsuitsluiting is wel mogelijk.
Belangenafweging maken. Daarnaast moet de inspecteur bij het gebruik van wederrechtelijk verkregen bewijs een belangenafweging maken. Aan de ene kant is het bestrijden van belastingontwijking van belang, maar aan de andere kant mag verduistering en ander crimineel gedrag niet worden beloond.
De Belastingdienst heeft in deze zaak die belangenafweging niet gemaakt of daar tenminste niet voldoende inzicht in willen geven. In deze zaak heeft de Belastingdienst immers nooit willen zeggen wie degene was die de informatie heeft verkocht en voor welk bedrag. Ook wilde men niet zeggen of de tipgever een strafblad had en hoe hij aan zijn informatie was gekomen.
Geen open kaart gespeeld. Verder werd duidelijk dat de Belastingdienst bij de rechter geen open kaart heeft gespeeld. Gesteld werd dat de tipgever anonimiteit was toegezegd, terwijl dit niet zo was.
Navorderingsaanslagen vernietigd. Al met al voldoende reden voor het hof om het verduisterde bewijs uit te sluiten van gebruik, de navorderingsaanslagen te vernietigen en de Belastingdienst te veroordelen tot het betalen van een proceskostenvergoeding van € 50.000,-. Het wachten is (opnieuw) op het oordeel van de Hoge Raad.