Uw horeca-BV en het nieuwe huwelijksgoederenrecht
Voorhuwelijks vermogen?
Wat met de activa en passiva? Als u uw ’voorhuwelijkse horecaonderneming’ tijdens uw huwelijk inbrengt in een BV, rijst de vraag of de activa en passiva die in de BV worden ingebracht, privévermogen van de ondernemer zijn of dat er toch sprake is van gemeenschappelijk vermogen.
- Passiva. Het is cruciaal om na te gaan of de passiva zijn ontstaan voor of tijdens de huwelijkse periode. In dat laatste geval zijn het immers geen privéschulden van de horecaondernemer meer, maar gemeenschappelijke schulden.
- Activa. Bij de activa kunnen vergelijkbare onduidelijkheden ontstaan. In de huwelijkse periode kunnen activa zijn vervangen en kunnen nieuwe investeringen zijn gedaan en gefinancierd uit middelen die uit de gemeenschap zijn verkregen.
Waardering van de praktijk
Waardebepaling is belangrijk. Voor het nieuwe huwelijksgoederenrecht is het van belang wat de waarde van de de horecaonderneming bij het aangaan van het huwelijk is en wat de waarde daarvan is op het moment van de inbreng in de BV. Bij de inbreng moet worden bepaald hoeveel van de door de BV uit te geven aandelen als ‘betaling’ voor de inbreng tot het privévermogen van de horecaondernemer (gaan) behoren en welk deel tot het gemeenschapsvermogen.
Vermogens bijhouden
Wat is de waarde? Een eenmanszaak heeft geen afgescheiden vermogen. Het vermogen van uw horecazaak/eenmanszaak is ‘gewoon’ onderdeel van uw totale vermogen. Als u trouwt na 1 januari 2018, blijft de voorhuwelijkse horecaonderneming privé-eigendom van u als zelfstandig horecaondernemer. Het is daarom cruciaal dat de waarde van de zaak bij het aangaan van het huwelijk wordt vastgesteld. Als u dan na het huwelijk de zaak inbrengt in een BV, gaan de aandelen die kunnen worden toegerekend aan de waarde van het horecabedrijf, behoren tot het privévermogen van de horecaondernemer.
Vergoedingsrecht
Waardestijging. Als tijdens de huwelijkse periode geen redelijke beloning voor de gemeenschap is betaald, kan het vergoedingsrecht worden vastgesteld aan de hand van de waardestijging van de horecazaak.
Stel dat de waarde van het cafeetje bij het aangaan van het huwelijk € 100.000,- is en de waarde bij inbreng in de BV € 250.000,-. Dan moet de waardeaangroei van € 150.000,- toegerekend worden aan de huwelijkse periode en komt dan toe aan de gemeenschap. Als de BV bij de inbreng 250 aandelen uitgeeft, zijn 100 aandelen privévermogen van de horecaondernemer en 150 aandelen gemeenschapsvermogen.
Er blijven nog vragen over. Op het eerste gezicht is het vergoedingsrecht misschien wel duidelijk, maar in de praktijk kunnen er wel degelijk vragen ontstaan. Een belangrijke vraag is bijvoorbeeld of het gebruikelijk loon zoals dit fiscaal wordt vastgesteld, kan worden gezien als een redelijke vergoeding in de zin van het nieuwe huwelijksgoederenrecht. We blijven de ontwikkelingen voor u op de voet volgen.