BV nu aantrekkelijker door minder winstbelasting?
Lager Vpb-tarief. Vennootschapsbelasting (Vpb) is de belasting die geheven wordt over de winst van een rechtspersoon, zoals een BV. Omdat het Vpb-percentage (20% over de eerste € 200.000,- en 25% over alles daarboven) lager is dan de inkomstenbelasting (tot 52%), kan men met een BV fiscaal voordeliger uit zijn. Vooral nu blijkt dat het belastbare bedrag geldend voor de eerste schijf van de Vpb (€ 200.000,-) van 2018 tot en met 2021 stapsgewijs wordt opgerekt naar € 350.000,- (2018: € 250.000,-, 2020: € 300.000,- en 2021: € 350.000,-). Lijkt een horeca-BV nu dus in zicht?
Wanneer interessant voor u?
Als horecaondernemer heeft u vast wel eens nagedacht over de vraag of een BV niet aantrekkelijker voor u is dan een eenmanszaak of vennootschap onder firma (Vof). Echter, ondernemen via een BV is pas interessant bij winsten vanaf ongeveer € 140.000 - € 150.000,- (per vennoot bij een Vof). Dit komt omdat u als BV-ondernemer geen aanspraak kunt maken op de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Daarnaast ben u als directeur-grootaandeelhouder (DGA) als werknemer in dienst van uw BV. De Belastingdienst stelt daarbij als eis dat u aan uzelf een gebruikelijk loon van minimaal € 44.000,- bruto per jaar toekent, waarover u wel nog inkomstenbelasting moet betalen.
Aansprakelijkheid. Een groot voordeel van een BV is dat u in principe zelf niet aansprakelijk bent voor schulden van de BV. Als de BV dus failliet gaat, blijft uw privévermogen buiten schot. Er is echter één grote uitzondering. Bij onbehoorlijk bestuur kunt u als bestuurder alsnog aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van de BV.
Let op. Ook zullen banken bij financieringen vaak eisen dat men in privé meetekent.
Overstappen in 2017?
Weet u niet zeker of 2017 het juiste jaar is om de overstap te maken? Tip. Het is mogelijk om de oprichting van een BV met terugwerkende kracht tot stand te brengen. Als voorwaarde geldt wel dat u een voorovereenkomst (Vof) of een intentieverklaring (eenmanszaak) registreert. Deze dient u tezamen met een geleideformulier (dat u kunt downloaden van de site van de Belastingdienst) aangetekend naar de Belastingdienst te versturen. Tip. Het registreren van een voorovereenkomst of intentieverklaring verplicht u tot niets.
Afrekenen over stille reserves. Voor een ‘ruisende inbreng’, zoals dit genoemd wordt, geldt een terugwerkende kracht van drie maanden. U dient dan voor 1 april 2017 een voorovereenkomst of intentieverklaring op te stellen en aangetekend te versturen naar de Belastingdienst. U heeft dan tot 1 oktober 2017 de tijd om de BV daadwerkelijk op te richten. Het resultaat wordt dan m.i.v. 1 januari 2017 aan de BV toegerekend. Let op. Nadeel van een ruisende inbreng is dat er fiscaal moet worden afgerekend over de stakingswinst.
Stille reserves doorschuiven naar BV. Voor een geruisloze omzetting is de terugwerkende kracht negen maanden. Dus als u voor 1 oktober 2017 een voorovereenkomst of intentieverklaring registreert, dan heeft u tot 1 april 2018 de tijd om de BV echt op te richten. Bij een geruisloze omzetting wordt er niet fiscaal afgerekend, maar gelden er wel bepaalde voorwaarden, zoals een vervreemdingsverbod op de aandelen gedurende drie jaar.