Met succes in bezwaar tegen de WOZ
Waarde in het economisch verkeer. De gemeente moet de WOZ-waarde van een woning in principe berekenen op de waarde bij overdracht van de volle en onbezwaarde eigendom, waarbij de verkrijger de onroerende zaak direct en volledig kan gebruiken. Dit wordt ook wel de ‘waarde in het economisch verkeer’ genoemd.
Niet vergelijkbaar. De gemeente stelt de WOZ-waarde van een woning veelal vast aan de hand van transactiegegevens van referentiepanden: woningen die vergelijkbaar zijn met de woning waarvan de WOZ-waarde moet worden vastgesteld. Een van de manieren om met succes de vastgestelde WOZ-waarde te bestrijden, is door aan te tonen dat een referentiepand niet of onvoldoende vergelijkbaar is met de woning in kwestie of door aan te tonen dat een referentiepand om andere redenen ongeschikt is.
Waardedrukkende factoren. Een andere manier om met succes de vastgestelde WOZ-waarde te bestrijden, is aantonen dat er sprake is van waardedrukkende factoren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een compleet verouderde badkamer of keuken of aan kozijnen die dringend vervangen moeten worden. Het gaat hier om zaken die voor iedereen waardeverminderend zouden zijn. Het moet dan gaan om ‘objectieve’ factoren. De rechter houdt geen rekening met subjectieve factoren.
Op http://tipsenadvies-vastgoed.nl/download vindt u een overzicht van waardedrukkende factoren voor de WOZ-waarde (VG 21.04.01).
Subjectief is geen argument. Bij de Hoge Raad, 06.01.2017 (HR:2017:12) , speelde een zaak over een woningeigenaar die vond dat zijn schuur onvoldoende lichtinval had. Hij kon dit niet verhelpen vanwege een ruzie met de buren. De eigenaar vond bij de rechter geen gehoor. Volgens de rechter was de woning door de donkere schuur niet minder bewoonbaar. Een andere bewoner zou bovendien misschien geen ruzie met de buren hebben, zodat hij het ‘mankement’ mogelijk zou kunnen oplossen.