Borgstelling vernietigd! DGA niet privé aansprakelijk!
Geldlening. Jan is enig directeur (bestuurder) van TPM BV. Ook heeft hij 80% van de aandelen. Voor de financiering van het bedrijf neemt Jan contact op met investeerder Piet. Deze is bereid om € 600.000,- aan TPM BV te lenen. Hij stelt twee voorwaarden: Jan draagt de helft van zijn aandelen (40%) over aan Piet en Jan stelt zich privé borg voor de terugbetaling.
Echtgenote vernietigd borgstelling
Geen toestemming. Ondanks de financiële injectie komt TPM BV in de problemen, ze kan de schuld aan Piet niet meer betalen. Dus klopt Piet aan bij Jan, want die heeft zich privé borg gesteld voor terugbetaling van de gehele schuld met rente. In totaal gaat het om € 772.032,- (de rente is 10% per jaar!).
De echtgenote van Jan accepteert dit niet. Zij heeft nooit toestemming gegeven voor de privé-borgstelling. Volgens de wet is die toestemming wél vereist. Zonder haar toestemming is de borgovereenkomst niet rechtsgeldig en kan zonder inmenging van de rechter door haar worden vernietigd.
Uitzondering? Piet stelt dat de echtgenote van Jan de wet niet goed heeft gelezen. Het klopt inderdaad dat voor privé-borgstelling toestemming van de echtgenoot is vereist. Die toestemming is niet vereist als Jan dat doet in zijn functie als bestuurder van een BV en de borgstelling geschiedt ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf. Dat Jan de enige bestuurder is van de BV, staat buiten kijf. Ook is de geldlening met borgstelling bedoeld om de normale bedrijfsactiviteiten van TPM BV te financieren.
Daarbij vindt Piet het niet kloppen dat de echtgenote van Jan een beroep doet op de wettelijke regel van het toestemmingsvereiste. Als directeur geeft Jan dagelijks leiding aan het bedrijf en is hij volledig op de hoogte. Hij was dus goed in staat om te bepalen welk risico hij liep.
Wat is het oordeel van de rechter?
Aanvullende eis . Volgens de rechter klopt het dat een bestuurder van een BV geen toestemming nodig heeft van zijn echtgenote als de borgstelling geschiedt voor de normale bedrijfsuitoefening. Daarvoor geldt nog een aanvullende eis: de bestuurder moet, al dan niet samen met andere bestuurders, de meerderheid van de aandelen van de BV hebben. En dat is hier niet zo! Jan is de enige bestuurder en hij heeft zelf maar 40% van de aandelen. Die vlieger gaat voor Piet dus niet op!
Gezinsbelang voorrang .Ook het argument van Piet dat Jan meer dan wie ook met het risico van de borgstelling bekend was en dat vernietiging daarvan onredelijk en onbillijk is, kan de rechter niet overtuigen. Aan het toestemmingsvereiste ligt ten grondslag dat het gezin moet worden beschermd tegen risico’s die het vermogen te boven gaan en het gezin met jarenlange financiële lasten opzadelen. Deze gezinsbescherming gaat boven het nadeel van een schuldeiser (Piet) dat hij zich op minder zekerheid kan beroepen.
Uitspraak . De Rechtbank Amsterdam, 19.08.2015 (RBAMS:2015:5324) , beslist dat de echtgenote van Jan geen toestemming heeft gegeven voor de privé-borgstelling, terwijl deze wel was vereist. Dus is de borgstelling terecht door haar vernietigd en moet Piet € 8.198,- aan proceskosten betalen!