Veel vrijheid voor hoofdaannemer bij inschrijving
Inschrijving op aanbesteding. Aannemer Jan schrijft in op een aanbesteding van de gemeente. Voor de uitvoering van het project wil Jan een beroep doen op onderaannemer Ger. Door Ger wordt de zogenoemde ‘Verklaring van onderaanneming’ getekend. Daarin verklaart Ger als onderaannemer op te treden voor Jan. Deze verklaring moet voor de inschrijving bij de aanbestedende dienst worden ingediend.
Andere onderaannemer
Goedkoper. Wat Ger niet weet, is dat Jan op dezelfde aanbesteding nog een andere inschrijving heeft lopen, samen met een andere onderaannemer. Deze onderaannemer blijkt goedkoper te zijn dan Ger. Op de dag dat de inschrijvingstermijn sluit, laat Jan aan Ger weten dat hij niet met hem in zee gaat. Drie weken later wordt het project ook inderdaad door de gemeente aan Jan en zijn nieuwe onderaannemer gegund.
Onderaanneming. Ger is het oneens met deze gang van zaken. Hij stelt dat hij een overeenkomst van onderaanneming heeft met Jan. Uit allerlei correspondentie blijkt dat Ger heeft meegeholpen om hun gezamenlijke inschrijving voor elkaar te krijgen. Twee dagen nadat de Verklaring van onderaanneming was getekend, heeft Jan nog aan Ger laten weten dat alles in orde was voor hun gezamenlijke inschrijving. Jan heeft nooit gezegd dat hij ook nog met een ander bezig was.
Aansprakelijk? Pas op het laatste moment kreeg Ger bericht dat Jan niet van plan was samen met hem in te schrijven. Toen was het voor hem te laat voor actie. Had hij het eerder geweten, dan had hij zijn diensten aan een andere hoofdaannemer kunnen aanbieden. Of hij had als aannemer zelf op het project kunnen inschrijven. Door de te korte tijd die hem restte, lukte dat niet meer. Ger stelt Jan aansprakelijk voor zijn schade (€ 207.206,-).
Wat heeft de rechter beslist?
Eigen belang nastreven. Volgens de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (21.08.2013) is een aanbesteding bedoeld om de concurrentie tussen bedrijven te bevorderen. Daarbij is er sprake van een vrije markt waarbij iedere partij haar eigen belang nastreeft. Omdat een inschrijving op korte termijn plaatsvindt en er aan strikte voorwaarden moet worden voldaan, moeten deelnemende partijen (hoofd- en onderaannemers) zich realiseren dat onderhandelingen in beginsel vrijblijvend zijn. Er zal dan ook niet snel kunnen worden aangenomen dat er sprake is van een overeenkomst.
Onderhandelingsvrijheid. Ook speelt het voor deze rechtbank (22.08.2013) een rol dat er twee professionele partijen zijn. Ook Ger heeft vaker zelfstandig aan een inschrijving meegedaan. Hij weet dus hoe het werkt.
Tijdsdruk. Gezien de tijdsdruk bij een inschrijving staat het een inschrijver vrij om tegelijkertijd met meerdere partijen te onderhandelen. Een onderaannemer moet er dus rekening mee houden dat er door de hoofdaannemer pas kort voor de inschrijving een keuze wordt gemaakt. En op zich is daar niets mis mee. Andersom staat het een onderaannemer namelijk ook vrij om zijn diensten aan meerdere hoofdaannemers aan te bieden. Dat hij dat niet heeft gedaan, kan Jan niet worden verweten. Jan is niet aansprakelijk en Ger moet € 10.529,- aan proces- en advocaatkosten betalen.