Geldt het beroepsgeheim ook na de dood van de patiënt?
Dossier opgevraagd. De moeder wilde het dossier inzien om een klacht tegen de huisarts voor te bereiden. De huisarts weigerde echter het dossier af te geven, waarna de moeder een klacht indiende. Uiteindelijk kwam deze zaak terecht bij het Centraal Tuchtcollege (06.06.2013).
Toestemming verondersteld. Het Centraal Tuchtcollege stelt vast dat, als er een klacht wordt ingediend namens een overleden patiënt, er beoordeeld moeten worden of er, in het licht van de wil van de overledene, inzage in het dossier aan de nabestaande of een andere derde kan worden gegeven. Het Centraal Tuchtcollege vond dat dit het geval was en verwees daarbij naar de KNMG- richtlijn over het omgaan met medische gegevens. Het college zag geen redenen om te twijfelen aan de veronderstelde toestemming van de zoon.
Download de KNMG-brochure: ‘Richtlijnen inzake het omgaan met medische gegevens’ van: http://tipsenadvies-medicus.nl/download (MD 06.11.02).
Wat zegt die richtlijn dan?
Geheim tenzij ... Het beroepsgeheim blijft ook na het overlijden van de patiënt gelden. Nabestaanden en anderen kunnen de arts niet van zijn geheimhoudingsplicht ontheffen. De arts mag zijn beroepsgeheim alleen opzijzetten als zich een van de hiernavolgende uitzonderingen voordoet.
- Toestemming. Met toestemming van de patiënt mag u als hulpverlener gegevens aan derden verstrekken. Die toestemming moet vóór het overlijden zijn gegeven, bijv. in een schriftelijke verklaring. Tip. Let erop dat deze verklaring een gerichte toestemming bevat: welke informatie mag u aan wie verstrekken?
- Veronderstelde toestemming. Soms mag toestemming voor de gegevensverstrekking na overlijden worden verondersteld. Als hulpverlener moet u dan concrete aanwijzingen hebben op grond waarvan u die toestemming mag veronderstellen.
- Een wettelijke verplichting. Als de wet u verplicht om gegevens te verstrekken, bijvoorbeeld aan de verzekeraar in verband met vergoedingen, dan spreekt het voor zich dat het beroepsgeheim daarvoor moet wijken.
- Een conflict van plichten. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om situaties waarin derden schade kunnen ondervinden als de hulpverlener zijn beroepsgeheim handhaaft. Het moet duidelijk zijn dat het probleem alleen kan worden opgelost door het doorbreken van het beroepsgeheim. Tip. Maak aantekening van de belangenafweging en van de motieven.
- Zwaarwegend belang. Als hulpverlener mag u uw beroepsgeheim doorbreken als een ander daarbij een zwaarwegend belang heeft. Ook hier moet u dus een afweging maken: het belang van een nabestaande bij het verkrijgen van de gegevens van de overledene moet zó zwaarwegend zijn dat een inbreuk op de geheimhoudingsplicht gerechtvaardigd is. De nabestaande moet u van de zwaarwegendheid van zijn belang kunnen overtuigen. Denk bijv. aan een verzoek van een nabestaande die bij leven een goede band had met de overledene. Of de echtgenoot, die een zwaarwegend persoonlijk belang heeft bij het inzien van het dossier en die voorheen volledig en in alle openheid bij de behandeling betrokken was.