Bouw woon-/bedrijfspand en aftrek van btw
Tot 1 januari 2011. Tot 1 januari 2011 kon alle btw ter zake van de bouw van een woon-/bedrijfspand in aftrek gebracht worden en werd er vanaf het moment van ingebruikname van het pand een btw-correctie voor het privégebruik gemaakt.
Vanaf 1 januari 2011. Vanaf 1 januari 2011 geldt dat alleen de btw in aftrek gebracht kan worden die betrekking heeft op het zakelijk gebruik van het woon-/bedrijfspand.
Een ondernemer had vóór 1 januari 2011 een woon-/bedrijfspand laten bouwen en alle btw op de bouwkosten van het woongedeelte en het bedrijfsgedeelte in aftrek gebracht.
Standpunt inspecteur
Twee zelfstandige gebouwen. Volgens de inspecteur is er sprake van twee zelfstandige gebouwen, een woning en een bedrijfsgedeelte. Het gevolg hiervan is dat beide gedeelten voor de btw apart beoordeeld moeten worden. Voor het woongedeelte bestaat dan geen recht op aftrek van voorbelasting. Voor het bedrijfsgedeelte bestaat wel recht op aftrek van voorbelasting.
Standpunt rechter
Één onroerende zaak. Het gerechtshof oordeelt dat het bedrijfsgedeelte niet zelfstandig geëxploiteerd kan worden: er is geen pantry, geen eigen water- en elektriciteitsvoorzieningen, geen eigen verwarmingsthermostaat en er zijn geen communicatievoorzieningen. Het gerechtshof acht het niet goed denkbaar dat het bedrijfsgedeelte zonder bouwkundige ingrepen bijvoorbeeld verhuurd kan worden aan derden. Dus is er sprake van één onroerende zaak die niet te splitsen is in een woongedeelte en een bedrijfsgedeelte. De ondernemer kan daarom alle btw - dus ook de btw op het privégedeelte - in aftrek brengen. Hij moet dan in latere jaren uiteraard wel een btw-correctie voor het privégebruik maken.
Vanaf 1 januari 2011
Voor woon-/bedrijfspanden die gebouwd worden vanaf 1 januari 2011 kan door de wetswijziging alleen nog maar de btw op het bedrijfsgedeelte worden afgetrokken. Daarbij speelt de vraag of er sprake is van twee zelfstandige gebouwen (een woning en een bedrijfsgedeelte) dus geen rol meer.
Twee zelfstandige onroerende zaken? Toch kan de vraag of er sprake is van twee zelfstandige onroerende zaken zich nog steeds voordoen, bijvoorbeeld bij een aanbouw. Dit heeft dan gevolgen voor bijvoorbeeld de herzieningstermijnen. Herziening van de btw kan zich voordoen als het gebruik van het pand wijzigt, bijvoorbeeld van btw-belaste naar btw-vrijgestelde prestaties. Voor onroerende zaken bedraagt de herzieningstermijn het jaar van ingebruikname plus negen jaar na het jaar van ingebruikneming.
Als het pand gesplitst moet worden omdat de aanbouw voldoende zelfstandigheid bezit, dan gaat voor de aanbouw een nieuwe herzieningstermijn lopen vanaf het moment van ingebruikname. De herzieningstermijnen van het bestaande pand en de aanbouw lopen dan niet gelijk. Het is verstandig om de herzieningstermijnen bij te houden in de afschrijvingsstaten.
U kunt de besproken uitspraak downloaden vanhttp://belastingen.indicator.nl (BT 16.19.07).
Bron
Hof Leeuwarden, nr. 10/00109