SAMENWERKING - 23.12.2010

Bedrijfsarts legt rapporten van anderen terzijde

Een werknemer meldt zich ziek na een conflict met zijn werkgever. Ondanks andersluidende rapporten van een psycholoog en een verzekeringsarts, blijft de bedrijfsarts aansturen op werkhervatting, met een aangepast takenpakket.

Arbeidsconflict

Bedrijfsarts. De heer Kloet meldde zich ziek na een conflict met zijn werkgever; die schakelde de bedrijfsarts in. De bedrijfsarts vond dat Kloet, hoewel op dat moment ongeschikt voor zijn eigen werk door het conflict, met zijn werkgever toch afspraken moest maken over werkhervatting.

Rapport van psycholoog. Zijn psycholoog vond Kloet ernstig depressief door het arbeidsconflict en schreef dit op in zijn rapport. Kloet gaf dit rapport aan de bedrijfsarts, die oordeelde dat Kloet ziek was en wel beperkingen had, maar zou kunnen werken met een aangepast takenpakket.

Deskundigenoordeel UWV. De verzekeringsarts van het UWV gaf een deskundigenoordeel; hij vond Kloet ongeschikt voor zijn eigen werk doordat hij objectiveerbaar ziek was geworden door het arbeidsconflict.

Herhaling van zetten. De bedrijfsarts adviseerde nogmaals dat Kloet en zijn werkgever afspraken moesten maken over de werkhervatting. Kloet vroeg vervolgens nogmaals het oordeel van de verzekeringsarts van het UWV. Deze vond dat Kloet echt ziek was en daardoor zijn werk niet kon doen. Dat de ziekte door het conflict was veroorzaakt, vond hij niet relevant. Ondanks dit oordeel bleef de bedrijfsarts bij het advies om, parttime, aangepaste taken te gaan uitvoeren.

Geen vertrouwen meer

Voor het tot werkhervatting kon komen, deed Kloet een suĂŻcidepoging. Toen de advocaat de bedrijfsarts verzocht om Kloet voorlopig met rust te laten en alleen via hem te communiceren, liet de bedrijfsarts per brief aan Kloet weten dat hij de begeleiding stopte, omdat hij vermoedde dat Kloet geen vertrouwen meer in hem had. De werkgever schakelde een andere bedrijfsarts in.

Klacht

Kloet diende een klacht in bij het Regionaal Tuchtcollege. Hij vond dat de bedrijfsarts meer rekening had moeten houden met de informatie van de psycholoog en met de deskundigenoordelen van het UWV. Hij vond de adviezen fout en niet op zijn herstel gericht.

Verweer. De bedrijfsarts vond juist dat zijn adviezen in het belang van Kloet waren. Hij had de klachten wel degelijk onderkend, al maakte Kloet op hem geen depressieve indruk. Hij had ook met collega-bedrijfsartsen overlegd en hij had de rapportages van de psycholoog wel degelijk betrokken bij zijn adviezen. Hij zag het conflict met de werkgever als de bron van de klachten en hij vond dat Kloet, zij het met aangepaste taken, zou kunnen werken.

Berisping ongedaan gemaakt

Anders dan het Regionale Tuchtcollege vond het Centraal College dat de adviezen van de bedrijfsarts niet strijdig waren met het psychologische rapport. De deskundigenoordelen van het UWV vond het College beperkt onderbouwd en eenzijdig op het eigen werk van Kloet gericht. Het advies om Kloet parttime taken te laten uitvoeren, rekening houdend met zijn beperkingen, werd er niet mee in tegenspraak geacht. De berisping door het Regionaal College werd vernietigd.

De volledige beslissing van het Centraal Medisch Tuchtcollege kunt u downloaden van http://www.medicus.indicator.nl (MD 03.18.02).

U hoeft het oordeel van een andere deskundige niet te volgen. Uw eigen oordeel hoeft immers niet onjuist te zijn. Laat wel altijd duidelijk zien dat u afwijkende oordelen serieus neemt en dat u die meeweegt in uw beslissingen.

Contactgegevens

Indicator BV | Schootense Dreef 31 | Postbus 794 | 5700 AT Helmond

Tel.: 0492 - 59 31 31 | Fax: 040 - 711 17 00

klantenservice@indicator.nl | www.indicator.nl

 

KvK-nummer: 17085336 | Btw-nummer: NL-803026468B01