Ondanks toezegging van wethouder geen vergunning!
Als uw aanvraag voor een bouwvergunning wordt afgewezen ondanks een eerdere toezegging van een wethouder, kunt u daartegen dan nog in beroep gaan? Wat heeft de rechter daarover gezegd en wat is goed om te weten?
Wijziging van het bestemmingsplan. De eigenaar van een bouwperceel wilde daarop twee geschakelde woningen realiseren. Volgens het bestemmingsplan was dat ook toegestaan. Maar voordat hij de bouwvergunning had aangevraagd, werd door het college van Gedeputeerde Staten van de provincie goedkeuring verleend om het bestemmingsplan te wijzigen. Daarvoor was door de gemeente een verzoek bij de provincie ingediend. Door vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan werd aan het bouwperceel de bestemming ‘wonen’ toegekend met de aanduiding ‘vrijstaande woningen’. Daarmee verviel dus de mogelijkheid om op dat perceel twee geschakelde woningen te bouwen.
“Geen probleem”, zegt de wethouder. De eigenaar van het perceel stapte daarop naar de gemeente, want hij wilde weten waar hij aan toe was. Toen hij de wethouder daarop aansprak, kreeg hij te horen dat het bestemmingsplan weliswaar was gewijzigd, maar dat dit voor hem geen gevolgen zou hebben. Volgens de wethouder zou in het nieuwe bestemmingsplan de mogelijkheid worden opgenomen dat op zijn bouwperceel twee geschakelde woningen zouden kunnen worden gerealiseerd.
Bouwvergunning geweigerd
Verbazing. Door deze toezegging van de wethouder was de eigenaar van het bouwperceel gerustgesteld. Hij diende daarop bij de gemeente de aanvraag in voor de bouwvergunning van twee geschakelde woningen. Maar tot zijn stomme verbazing werd de bouwvergunning geweigerd wegens strijd met het nieuwe bestemmingsplan! Hij mocht op het perceel wel een vrijstaande woning bouwen maar niet twee geschakelde woningen!
Het bleek dus dat er voor zijn bouwperceel in het geheel geen uitzonderingspositie in het nieuwe bestemmingsplan was opgenomen, dit in tegenstelling tot wat de wethouder hem had verteld.
Dan maar naar de rechter. De eigenaar van het perceel ging niet akkoord met de afwijzing van de bouwvergunning. Hij had toch een duidelijke toezegging van de wethouder dat hij geen problemen zou krijgen? Dan moest dat ook maar in het nieuwe bestemmingsplan worden opgenomen. Dus stapte hij naar de rechter om in beroep te gaan tegen het besluit van Gedeputeerde Staten om goedkeuring te verlenen aan het nieuwe bestemmingsplan van de gemeente.
Wat heeft de rechter nu beslist?
Spijtig? Maar helaas voor hem krijgt de eigenaar van het bouwperceel bij de rechter geen gelijk. De bevoegdheid om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen, ligt bij het college van B en W van de gemeente en bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie. En volgens de rechter is het besluit voor het nieuwe bestemmingsplan door beide instanties op zorgvuldige wijze voorbereid. Uit de vergaderstukken blijkt dat ook de toezegging van de wethouder daarbij aan de orde is gekomen. Maar uiteindelijk beslist het college van B en W en niet een afzonderlijke wethouder. Dat deze laatste voor zijn beurt heeft gesproken, is spijtig voor de eigenaar. Maar volgens de rechter is het college van B en W niet aan die toezegging gebonden. De rechter beslist dat het nieuwe bestemmingsplan niet opnieuw hoeft te worden gewijzigd. Dit betekent dus dat er geen ruimte is voor geschakelde woningen, maar alleen voor vrijstaande woningen. De eigenaar van het perceel zal zijn bouwplannen dus moeten aanpassen!