Machine op bedrijventerrein (on)roerend?
Voor zaken die maar tijdelijk op één en dezelfde plek blijven, zoals portacabins of containers bij gebouwen, maar ook machines en installaties op een bedrijventerrein, is een belangrijke vraag of deze roerend of onroerend zijn.
Financieel belang. Als zaken die maar tijdelijk op een plek blijven roerend zijn, spelen belastingen (zoals de onroerendezaakbelastingen en de overdrachtsbelasting) geen rol. Als deze zaken onroerend zijn, krijgt u wel te maken met de OZB en de overdrachtsbelasting. Daarmee komt direct een groot financieel belang om de hoek kijken.
Wat staat er in de wet?
Onroerend. Volgens het Burgerlijk Wetboek zijn onroerend: de grond, de nog niet gewonnen delfstoffen en de met de grond verenigde beplantingen. Tevens onroerend zijn: gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken.
Duurzaam met de grond verbonden. Of een zaak duurzaam met de grond is verenigd, hangt af van de feitelijke omstandigheden. Dit is het geval als de zaak bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. De bedoeling van de bouwer of de opdrachtgever die de zaak heeft gebouwd of neergezet is dan van belang; tenminste als deze bedoeling naar buiten kenbaar is uit bijzonderheden van aard en inrichting van deze zaak.
Wat zegt de rechter?
Containerkranen. Onlangs speelde voor het Gerechtshof te ’s-Gravenhage een zaak waarbij het om twee containerkranen met een spanwijdte van 53,5 meter en een hijshoogte van 48 meter ging (LJN: BL7311). De kranen zijn bestemd en worden ook gebruikt voor het laden en lossen van containers van zeeschepen. Ze zijn door middel van een onderstel met wielen gemonteerd op rails met een spoorbreedte van 70 meter. De kranen kunnen zich bewegen over een traject van 600 tot 800 meter. De kranen kunnen ook worden verplaatst naar een andere kade of een ander spoor.
Het Hof vindt de twee containerkranen onroerend omdat ze bestemd zijn om duurzaam ter plaatse te blijven. Dit vanwege de omstandigheid dat ze deel uitmaken van het bedrijventerrein en omdat ze zowel visueel als functioneel één geheel vormen met de overige onderdelen van dit bedrijventerrein. De bedoeling van de ondernemer om de kranen slechts tijdelijk met de grond te verenigen ten spijt. Die bedoeling bleek volgens het Hof namelijk niet uit bijzonderheden in aard en inrichting die naar buiten toe kenbaar zijn. Ook de (technische) mogelijkheid om de kranen te verplaatsen, doet daar niet aan af. Hetzelfde geldt voor het voornemen van de ondernemer om de kranen later naar een andere locatie te verplaatsen.
Grondreinigingsinstallatie. Het Gerechtshof sluit aan bij een eerdere uitspraak van de Hoge Raad inzake een verplaatsbare grondreinigingsinstallatie. Ook die was visueel en functioneel één geheel met (de onderdelen van) het desbetreffende bedrijventerrein. Deze kon echter niet rijden over het terrein, maar stond stil.
Onderdeel van bedrijventerrein? Het moge duidelijk zijn dat elke installatie al snel qua functionaliteit en visualiteit een onderdeel zal zijn van het bedrijventerrein waarop deze staat. Zal dit anders zijn als de machine en/of installatie continu in beweging is en steeds op een andere plaats op het bedrijventerrein staat? Mogelijk waren de kranen in de ogen van het Hof te statisch. Uit de uitspraak blijkt in ieder geval niet in hoeverre de kranen ook daadwerkelijk visueel veel bewegen. Of nu voor elke installatie op een bedrijventerrein de kous af is, valt dan ook te betwijfelen.