Deelteelt of pacht; wat is hierover nu beslist?
In de agrarische sector wordt regelmatig met de zogeheten ‘deelteeltovereenkomst’ gewerkt. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is dat dan de pachtwetgeving niet van toepassing is. Wat besliste de rechter hier onlangs over?
De pachtwetgeving wordt de grondeigenaren veelal beschouwd als een veel te strak keurslijf. Dit was al zo onder de ‘oude’ Pachtwet, maar dit is sinds de pachtwetgeving is gemoderniseerd en in het Burgerlijk Wetboek zit, nauwelijks anders. Dat dit zo wordt gezien, is niet helemaal zonder reden. De verpachter van land- of tuinbouwgrond moet van goeden huize komen als hij zijn grond weer terug wil hebben. Zonder de medewerking van de pachter lukt dit meestal niet.
Hoezo pacht is dwingend recht?
De pachtwetgeving is dwingend recht. Dat wil zeggen dat de verpachter en de pachter niet in onderling overleg allerlei afspraken kunnen maken, maar dat zij zijn gebonden aan de wettelijke regeling. Dit geldt ook als zij het volkomen met elkaar eens zijn over afwijkingen ten opzichte van de wettelijke regeling die zij graag in de pachtovereenkomst zouden opnemen. Juist vanwege deze voor de verpachter soms wel erg knellende regelgeving wordt in de praktijk vaak gezocht naar mogelijkheden om de pachtwetgeving te omzeilen. Vaak gebeurde dit door het opmaken van overeenkomsten die wel op een pachtovereenkomst leken, maar het - althans volgens de opstellers - niet waren. Voor deze ‘net-niet-pachtovereenkomsten’ werden vaak fraai klinkende namen verzonnen om het opschrift pachtovereenkomst te vermijden. Onder de oude pachtwetgeving hadden de pogingen wisselend succes, maar meestal was het einde van het liedje toch dat de pachtwetgeving van toepassing was. De eigenaar van de grond, de verpachter tegen wil en dank, bleef dan met de brokken achter.
Behoefte. In de praktijk is er wel degelijk behoefte aan een mogelijkheid om grond aan een ander in gebruik te geven zonder dat de gebruiker zich kan beroepen op de pachtwetgeving. Een zogeheten ‘deelteeltovereenkomst’ is een overeenkomst die (in principe) de toets der kritiek kan doorstaan. Zo’n deelteeltovereenkomst kan steeds voor korte tijd worden gesloten, eventueel met de mogelijkheid van verlenging. Na verloop van de overeengekomen periode keert de grond weer terug bij de eigenaar. Zolang de verpachter en de pachter maar binnen de grenzen van de wettelijke mogelijkheden blijven, kan met een deelteeltovereenkomst het beoogde resultaat bereikt worden.
Hoe ging het mis bij een collega?
Tuinbouwbedrijf ‘Het Trostomaatje’ sluit met eigenaar Glas een deelteeltovereenkomst inzake 60.000 m2 kas, een vierde gedeelte van een schuur, de waterinstallatie en elektra, zulks uitsluitend voor de teelt van groenten en aanverwante teelten. De overeenkomst werd gesloten voor de periode van 1 februari 2006 tot 31 januari 2007, met de mogelijkheid van verlenging. Eigenaar Glas wil de kassen slopen en gaat dus niet over tot verlenging van de overeenkomst. Het Trostomaatje stelt in kort geding dat de overeenkomst nog steeds van kracht is en eist nakoming van de overeenkomst door Glas op verbeurte van een boete van € 50.000,-.
Rechter. De rechter in kort geding beslist dat deze deelteeltovereenkomst een pachtovereenkomst is. Gezien de oppervlakte waar het om gaat (60.000 m2), is er geen sprake van een pacht van geringe oppervlakte. De pachtwetgeving geldt dus onverkort. De rechter ziet geen aanleiding om de boete op te leggen (LJN: BL6044). Glas dient de zaak aanhangig te maken bij de Pachtkamer van de Rechtbank in Arnhem om zo tot ontbinding van de pachtovereenkomst te komen.