SUCCESSIERECHTEN - 20.06.2023

Bij meerrelatie (bijv. ongehuwde broers en zussen) is er geen beroep mogelijk op de grote partnervrijstelling, wat regelen?

Ongehuwde broers en zussen die op hetzelfde adres wonen, kunnen voor de erfbelasting een beroep doen op de (grote!) partnervrijstelling. Wat als er meerdere kinderen op hetzelfde adres wonen? Geldt de partnervrijstelling dan ook?

Allen op hetzelfde adres ingeschreven. Samen met haar zussen Els en Mia, woont Trees in het woonhuis dat ze van hun ouders hebben geërfd. Ze staan alle drie op hetzelfde woonadres ingeschreven bij de Basisregistratie Personen (BRP). Er is geen notarieel samenlevingscontract opgesteld.

Beroep op partnervrijstelling

Als Trees overlijdt, zijn Els en Mia haar enige erfgenamen. Tot de nalatenschap behoort het 1/3 aandeel in de woning. De belaste verkrijging is voor elke zus vastgesteld op € 143.849. Voor het haar toekomende erfdeel doet Els een beroep op de partnervrijstelling voor de erfbelasting. Op basis daarvan heeft ze (in 2023) recht op een vrijgesteld bedrag van € 723.526 (art. 32 lid 1 ten vierde sub a SW) . Ze hoeft dan geen erfbelasting te betalen.

Niet voldaan aan alle voorwaarden, vindt fiscus. Het beroep op de partnervrijstelling wordt door de inspecteur geweigerd. Volgens hem is de vrijstelling niet van toepassing, omdat er sprake is van een meerrelatie. Daarmee voldoet Els niet aan alle voorwaarden om als partner voor de Successiewet 1956 te worden gekwalificeerd.

Wel fiscaal partner bij de inkomstenbelasting. Els is het daar niet mee eens. Voor de inkomstenbelasting is ze jarenlang aangemerkt als fiscaal partner van haar overleden zus Trees. Dan moet dat ook gelden voor de erfbelasting. Ze staan ook meer dan vijf jaar op hetzelfde woonadres ingeschreven en tussen beiden gold een wederzijdse zorgverplichting. Daarbij doet alleen Els een beroep op de partnervrijstelling. Dat geldt dus niet voor Mia.

Wat staat er in de wet?

Twee ongehuwde personen kunnen voor de erfbelasting als partner worden aangemerkt als ze gedurende zes maanden voor het overlijden (art. 1a lid 1 SW) :

  1. beiden meerderjarig zijn;
  2. op hetzelfde woonadres staan ingeschreven bij de BRP;
  3. ingevolge een notarieel samenlevingscontract een wederzijdse zorgverplichting hebben;
  4. geen bloedverwanten zijn in de rechte lijn; en
  5. niet met een ander aan de vier hiervoor vermelde voorwaarden voldoen.

Tip.  De bij punt 3 vermelde voorwaarde geldt niet als de twee personen gedurende een onafgebroken periode van ten minste vijf jaar op hetzelfde woonadres staan ingeschreven bij de BRP (art. 1a lid 3 SW) .

Hoe oordeelt de rechter? Op basis van de wettelijke voorwaarden zouden beide zussen (Els en Mia) kwalificeren als partner van de overleden zus Trees, terwijl de wet duidelijk zegt dat een persoon slechts één fiscale partner kan hebben voor de erf- (en schenk)belasting. Bij meerrelaties kan er geen sprake zijn van fiscaal partnerschap. Er wordt in de wet geen uitzondering gemaakt als meerdere kinderen (broers en/of zussen) in de ouderlijke woning blijven wonen. Deze mogelijkheid is uitdrukkelijk uitgesloten door het bepaalde in artikel 1a lid 1 sub e van de Successiewet 1956. In dat geval kwalificeert niemand als fiscaal partner. Daarbij maakt het niet uit dat er voor de inkomstenbelasting wel een fiscaal partnerschap is of dat de andere zus geen beroep doet op de partnervrijstelling. Volgens Hof ’s-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2022:3964) is het beroep van Els op de partnervrijstelling dus terecht door de fiscus geweigerd.

Bij een meerrelatie is er geen partnervrijstelling. Dat is wel zo voor de laatste twee overblijvende kinderen. Als deze voldoen aan alle wettelijke voorwaarden en een van hen overlijdt, geldt de partnervrijstelling voor het langstlevende kind.

Contactgegevens

Indicator BV | Schootense Dreef 31 | Postbus 794 | 5700 AT Helmond

Tel.: 0492 - 59 31 31 | Fax: 040 - 711 17 00

klantenservice@indicator.nl | www.indicator.nl

 

KvK-nummer: 17085336 | Btw-nummer: NL-803026468B01