Zevende AP definitief: ondanks verruimingen nog steeds ingrijpend
Het zevende AP is definitief
In het zevende Actieprogramma (zevende AP) zijn een aantal ingrijpende maatregelen opgenomen. Afhankelijk van uw grondsoort, bedrijfstype en bouwplan krijgt u te maken met diverse wijzigingen.
De uitwerking in de wet bepaalt de details. Het definitieve actieprogramma moet op termijn worden vertaald naar wet- en regelgeving. De uiteindelijke uitwerking in de wet bepaalt aan welke voorwaarden u zich exact moet houden.
Verplichte rotatie met rustgewassen
Vanaf 2023 op zand en löss verplicht. Wanneer u op deze grondsoort bouwland heeft, moet u in de periode tussen 2023 en 2026 minimaal één keer een rustgewas telen. Vanaf 2027 moet u minimaal één keer in de drie jaar een rustgewas telen. Hierbij geldt dat u in 2027 al een rustgewas moet telen wanneer u op dat perceel in 2025 en 2026 geen rustgewas heeft geteeld.
Gras en granen zijn rustgewassen. Er komt een lijst met rustgewassen dit u kunt telen. Hierop staan gras, winter- en zomertarwe, gerst, triticale, teff, spelt en quinoa. Mogelijk kunt u ook luzerne, klaver, diepwortelend sorghum, tagates en bepaalde vezel- en eiwitgewassen als rustgewas telen. Teelt u aansluitend op een korte teelt (drie maanden) een rustgewas (zeven maanden)? Mogelijk voldoet deze teeltvolgorde ook als rustgewas.
Verplicht een vanggewas inzaaien
Bij veel teelten op zand en löss. Teelt u gewassen op zand- en/of lössgrond, dan blijft u verplicht om na maïs een vanggewas in te zaaien. Bij veel andere gewassen wordt u gestimuleerd om uiterlijk 1 oktober een vanggewas in te zaaien, anders krijgt u een stikstofkorting. Bij sommige winterteelten geldt de teeltverplichting niet.
Vanggewas na maïs blijft verplicht
Standaard moet u uiterlijk 1 oktober een vanggewas telen of uiterlijk 31 oktober zaait u een wintergraan. Echter komt er vanaf 2022 een commissie die jaarlijks beoordeelt of de standaarddatum gezien de teelt- en weersomstandigheden opgeschoven moet worden.
Geen vanggewas, dan per 2023 korting. U wordt gestimuleerd om een vanggewas in te zaaien na de meeste teelten. Doet u dit uiterlijk 1 oktober, dan heeft u voldaan aan de verplichting. Zaait u later en uiterlijk 31 oktober, dan krijgt u volgend jaar een korting van de stikstofgebruiksnorm. Hoe later u zaait na 1 oktober, hoe hoger de korting. Zaait u vanaf 1 november of zaait u helemaal geen vanggewas in, dan krijgt u te maken met de maximale korting. De hoogte hiervan is nog niet bekend.
Winterteelten: vrijgesteld
Bij winterteelten is het niet mogelijk dan wel noodzakelijk om een vanggewas te telen. Het betreft gras, wintergranen, meerjarige teelten, wintergroenten (kolen), bloembollen (jaar van poten) en suikerbieten. Deze gewassen nemen in de winter nutriënten op. Hiermee wordt de taak van het hiervoor genoemde vanggewas overbodig. Of zetmeelaardappelen voldoen aan deze vereiste, is onduidelijk.
Langs sloten: bufferstrook
Per 2023 standaard bufferstrook van twee meter. De bufferstrook (teeltvrije zone) moet afspoeling naar het oppervlaktewater verminderen. Standaard geldt er een breedte van twee meter. Echter van uw perceel kan nooit meer dan 5% worden aangewezen als teeltvrije zone. Daarnaast zijn er nog enkele andere uitzonderingen mogelijk.
Zone smaller bij uitzondering van waterschap. Het waterschap moet dan onderbouwen dat een smallere teeltvrije zone volstaat. De breedte hangt af van het gewas dat u teelt. Deze varieert bij de meeste gewassen tussen een halve en anderhalve meter.
Bijkruidenrijkgrasland volstaat één meter. U heeft langs het kruidenrijke grasland een smallere teeltvrije zone. Echter is de voorgestelde één meter alsnog breder dan de huidige halve meter.
Geen mest en gewasbeschermingsmiddelen. De oppervlakte van de teeltvrije zone mag u niet meetellen in de gebruiksnormen berekening. Dit heeft gevolgen voor uw mestaanvoer/mestafvoer maar ook uw mestverwerkingsplicht. Ondanks het bemestingsverbod blijft het wel toegestaan om de teeltvrije zone te beweiden.
Melk- en zoogkoeienhouderij
Wordt grondgebonden. Bent u melkveehouder of heeft u zoogkoeien? De minister wil uw bedrijf met melk- en/of zoogkoeien grondgebonden maken. U wordt verplicht om een minimale hoeveelheid grond in gebruik te hebben. Hierbij zal er naar verwachting niet naar uw ‘historie’ worden gekeken. In 2027 moet u aanvullend van een gedeelte als blijvend grasland hebben. De exacte uitwerking wordt aankomend jaar verwacht.
Per 2023 nieuwe regels mest uitrijden
Afhankelijk van uw grondsoort, gewas en type mest krijgt u te maken met een of meerdere veranderingen.
Eerder vaste mest op gras op zand en löss. Vanaf 2023 wordt het toegestaan om vanaf 1 januari strorijke vaste mest op grasland uit te rijden. Dit is nu pas toegestaan vanaf 1 februari.
Drijfmest op bouwland vanaf 15 maart. Vanaf 2023 mag u bij de meeste teelten pas vanaf 15 maart drijfmest uitrijden op bouwland. Dit gaat voor alle grondsoorten gelden. Enkel voor gewassen waar u om teelt technische redenen tussen 16 februari en 15 maart mest uit moet rijden, wordt een uitzondering gemaakt.
Drijfmest. Maximaal 60 kg stikstof uit drijfmest op bouwland in het najaar. De maximale drijfmestgift gaat vanaf 2024 gelden voor alle grondsoorten. Onder drijfmest wordt verstaan: drijfmest, dunne fractie na mestscheiding en waarschijnlijk moet u bij gier ook rekening houden met de limiet.
Geen stikstofnorm groenbemester. Vanaf 2023 krijgt u voor de meeste groenbemesters geen stikstofnorm meer. De groenbemesters worden vanggewassen. Wanneer u een groenbemester als hoofdteelt inzet, krijgt u nog wel een stikstofnorm. U krijgt ook een stikstofnorm als u de groenbemester teelt na granen, graszaad of koolzaad. U moet deze groenbemester wel uiterlijk 1 september inzaaien en tot en met 31 januari telen.
Gebiedsgerichte aanpak
Naast de generieke maatregelen kunt u ook gebiedsgerichte maatregelen nemen. Deze maatregelen zijn niet verplicht. Echter, om de gestelde doelen te behalen, zal de overheid dit zo veel mogelijk proberen te stimuleren. Indien blijkt dat er onvoldoende resultaat wordt geboekt, kunt u in het volgende Actieprogramma alsnog verplicht worden om deel te nemen.
Mogelijk alternatieve maatregelen sectorplan. De sector is samen met minister Schouten in overleg of bedrijven (deels) ontzien kunnen worden van de hiervoor genoemde generieke maatregelen. Met het sectorplan neemt u bedrijfsspecifieke maatregelen ter vervanging van de generieke maatregelen. Op uw bedrijf worden controlemetingen verricht in bijv. het grondwater om uw resultaten te beoordelen.
De minister beslist in 2022 over invoering. Het sectorplan moet vanuit het ministerie en de EU voldoende vertrouwen krijgen om doorgang te vinden.
Veel generieke maatregelen alsnog verplicht. Het is de vraag of en welke generieke maatregelen uit het zevende AP kunnen vervallen door deelname aan het sectorplan. Daarnaast wordt een aantal maatregelen ook verplicht in het nieuwe GLB.