Vrijheidsbeperking, onvrijwillige zorg
Wzd
Bij ouderen met dementie of mensen met een verstandelijke beperking mag door invoering van de Wzd alleen vrijheidsbeperking of onvrijwillige zorg worden toegepast, als er sprake is van ernstig nadeel voor de cliënt of zijn omgeving. In de nieuwe wetten zijn overgangsregelingen opgenomen voor alle Bopz-machtigingen en Bopz-procedures die lopen op het moment dat de nieuwe wetgeving ingaat ( https://www.dwangindezorg.nl/overgangsrecht-bopz/overgangsrecht ).
Toepassing Wzd
De Wzd is van toepassing op cliënten die vanwege een psychogeriatrische aandoening en/of een verstandelijke beperking:
- op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) een indicatiebesluit van het CIZ hebben ontvangen; of
- op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Jeugdwet ondersteuning/zorg krijgen (art. 1 lid 1 sub c Wzd) .
Voor de eerste groep cliënten geldt dat een CIZ-arts de diagnose moet hebben gesteld en voor de tweede groep dat er een ter zake deskundige arts een geneeskundige verklaring moet hebben afgegeven. Op grond van de Wzd moet er voor elke cliënt die binnen de hiervoor beschreven reikwijdte van de wet valt, een zorgverantwoordelijke worden aangewezen die een zorgplan opstelt.
Wanneer onvrijwillige zorg?
De Wzd regelt dat cliënten onder bepaalde omstandigheden ‘onvrijwillige zorg’ kunnen krijgen (dat is zorg waartegen de cliënt of zijn vertegenwoordiger zich verzet). Daarbij maakt het niet uit of de cliënt wilsbekwaam is of niet. Onvrijwillige zorg moet in het zorgplan worden opgenomen. In situaties waarin er nog geen zorgplan is of waarin het zorgplan niet voorziet, kan ook onvrijwillige zorg worden verleend, maar gelden er extra voorwaarden. De onvrijwillige zorg mag dan bijv. niet langer duren dan maximaal twee weken.
Stappenplan Wzd
In geval van onvrijwillige zorg moet een stappenplan worden doorlopen. Dit stappenplan dwingt tot periodieke beoordeling van de noodzaak tot (voortzetting van) onvrijwillige zorg en van de vraag of er niet met minder ingrijpende alternatieven kan worden volstaan. Is de zorgverantwoordelijke geen arts en wil hij/zij onvrijwillige zorg uit de categorie medisch of therapeutisch handelen toepassen, dan moet de zorgverantwoordelijke in elk geval overleggen met de bij de zorg betrokken arts. Bij ambulante onvrijwillige zorg gelden er twee aanvullende voorwaarden:
- in het beleidsplan onvrijwillige zorg moet een aantal onderwerpen aan de orde komen die betrekking hebben op ambulante onvrijwillige zorg (bijv. hoe wordt er bepaald of een opname niet meer in het belang van de cliënt is en hoe kan er worden omgegaan met fysiek verzet);
- er moet een zorgverlener bereikbaar zijn voor als de cliënt of zijn naaste behoefte heeft aan hulp in verband met de onvrijwillige zorg.
Download van http://tipsenadvies-medicus.nl/download (MD 13.04.02):• van Actiz: een handreiking uitgebracht voor zorgaanbieders plus een Stappenplan Wet zorg en dwang • van Verenso: een handreiking voor specialisten ouderen geneeskunde en artsen voor verstandelijk gehandicapten