DEELNEMING - 29.11.2019

Overdracht onzakelijke lening

Hoewel over de onzakelijke lening al veel rechtspraak is verschenen, zijn er nog veel belangwekkende praktijkvragen onbeantwoord. Wat zijn bijv. de gevolgen als de crediteur de onzakelijke lening overdraagt?

Overdracht onzakelijke lening

Een moedervennootschap heeft een onzakelijke lening van € 500.000 verstrekt aan haar dochtervennootschap. De lening is inmiddels in waarde gedaald tot € 200.000. De moedervennootschap draagt voor € 200.000 de lening over aan een onafhankelijke derde vennootschap.

Uitwerking . De moedervennootschap heeft een verlies op de lening geleden van € 300.000. Omdat er sprake is van een onzakelijke lening, kan de moedervennootschap dit verlies (op grond van de deelnemingsvrijstelling) niet ten laste van haar resultaat brengen.

Aandeelhouder Hier zou men overigens tegen in kunnen brengen dat de moedervennootschap het verlies heeft geleden ‘als aandeelhouder’ en uit dien hoofde het verlies zou moeten kunnen toerekenen aan (het opgeofferd bedrag van) de deelneming. Bij liquidatie van de dochtervennootschap zou de moedervennootschap het verlies dan alsnog onder voorwaarden kunnen nemen op grond van de ‘liquidatieverliesregeling’. Betwijfeld kan echter worden of de rechter deze visie zal delen.

Overdracht onzakelijke lening

Door overdracht (verkoop, cessie) van een onzakelijke lening aan een onafhankelijke derde treedt er een wijziging op in de persoon van de crediteur, maar niet in die van de debiteur (dochtervennootschap). Voor de overdracht was er sprake van een onzakelijke lening voor zowel de moedervennootschap als de dochtervennootschap. De vraag is wat fiscaal rechtens is na overdracht. De volgende scenario’s zijn denkbaar:

a. de lening blijft voor zowel de debiteur als de crediteur een onzakelijke lening;

b. de lening wordt voor zowel de nieuwe crediteur als de debiteur een zakelijke lening;

c. de lening wordt voor de nieuwe crediteur een zakelijke lening en voor de debiteur blijft het een onzakelijke lening.

Ad a. Dit scenario is niet waarschijnlijk. De nieuwe crediteur staat namelijk in een volstrekt zakelijke relatie tot de debiteur/dochtervennootschap.

Ad b. Voor de nieuwe crediteur is de vordering een zakelijke lening. De waardestijging van de vordering boven de € 200.000 is belast en een waardedaling beneden de € 200.000 aftrekbaar. Maar wat als de nieuwe crediteur de lening van € 500.0000 kwijtscheldt, omdat deze niets meer waard is? Omdat er dan sprake is van een zakelijke lening en dito zakelijke kwijtschelding, is de winst van € 500.000 bij de dochtervennootschap (afgezien van de eventuele toepassing van de kwijtscheldingswinstvrijstelling) belast. Hier doet zich dus de situatie voor dat in totaal € 500.000 belast is bij de debiteur, maar ter zake van de afwaardering slechts € 200.000 ten laste van het resultaat van de nieuwe crediteur is gebracht. Het verlies van € 300.000 kon de moedervennootschap namelijk niet aftrekken wegens de deelnemingsvrijstelling.

Ad c. Voor de nieuwe crediteur is de gekochte vordering geen onzakelijke lening meer, maar een zakelijke lening. Dat betekent ook hier dat een waardestijging van de vordering boven de € 200.000 belast is en een waardedaling beneden de € 200.000 aftrekbaar.

Kwijtschelding

Als de koper de vordering nadien zou kwijtschelden omdat deze niets meer waard is, wordt de debiteur bevrijd van een schuld van € 500.000. De vraag is dan of de debiteur voor € 500.000 winst moet nemen. Betoogd kan worden dat de winstneming voor de debiteur beperkt blijft tot € 200.000. De waardedaling van € 300.000 heeft immers niet in de (belaste) winstsfeer plaatsgevonden, maar in de (onbelaste) deelnemingssfeer van de moedervennootschap. Op basis van de huidige rechtspraak is het maar zeer de vraag of de Hoge Raad voor de crediteur een ander etiket op de lening zal plakken dan bij de debiteur.

bz-advies

Op dit moment is het onduidelijk wat de fiscale gevolgen zijn als een onzakelijke lening wordt opgedragen. Hiervoor is een aantal mogelijke routes beschreven die de rechter zou kunnen bewandelen. Bij een voorgenomen overdracht van een onzakelijke lening is het dan ook verstandig om de verschillende scenario’s door te rekenen.

Verkoop van een onzakelijke lening aan een derde is nog onontgonnen gebied. De vraag is hoe de overdracht zal worden gekwalificeerd. Blijft de lening onzakelijk of wordt deze zakelijk door de verkoop aan een derde. De Hoge Raad moet hierover nog een oordeel geven.Wees hier op bedacht als dit bij u speelt.

Contactgegevens

Indicator BV | Schootense Dreef 31 | Postbus 794 | 5700 AT Helmond

Tel.: 0492 - 59 31 31 | Fax: 040 - 711 17 00

klantenservice@indicator.nl | www.indicator.nl

 

KvK-nummer: 17085336 | Btw-nummer: NL-803026468B01