LIQUIDATIE-UITKERING - 29.11.2019

Opgeofferd bedrag van belang bij liquidatieverliesregeling

Als het opgeofferd bedrag voor een deelneming bij een liquidatie lager is dan de liquidatie-uitkering, kan er geen liquidatieverlies in aftrek worden gebracht.

Regeling Het opgeofferd bedrag is in de fiscaliteit altijd een ondergeschoven kindje geweest. In binnenlandse verhoudingen is het opgeofferd bedrag vaak niet van belang, doordat de deelnemingsvrijstelling van toepassing is. Pas bij de liquidatie van een vennootschap komt het opgeofferd bedrag aan de orde. Voor de bepaling van de hoogte van het liquidatieverlies is het opgeofferd bedrag namelijk wel van belang. Het liquidatieverlies dient te worden gesteld op het bedrag waarmee het voor de deelneming opgeofferd bedrag het totaal van de liquidatie-uitkeringen overtreft. Op het eerste gezicht een duidelijke, eenvoudige regel om het opgeofferd bedrag vast te stellen. Echter een uitspraak van Hof Den Bosch laat zien dat dit toch niet zo eenvoudig is.

Opgeofferd bedrag

Het begrip ‘opgeofferd bedrag’ is bij de Wet Vpb 1969 geïntroduceerd. Het uitgangspunt voor de bepaling van het opgeofferd bedrag is ‘wat er voor de aandelen is betaald’. Dit is echter geen statisch gegeven, het opgeofferd bedrag kan opgebouwd zijn uit verschillende aspecten. Denk hierbij aan een situatie waarin er door een houdstermaatschappij een informele kapitaalstorting wordt gedaan in de dochter. Hiermee dient het opgeofferd bedrag te worden verhoogd.

Zweedse-grootmoederarrest Een ander voorbeeld van een stijging van het opgeofferd bedrag is het Zweedse-grootmoederarrest. Het opgeofferd bedrag neemt ook toe wanneer er bijv. een renteloze lening door een moedermaatschappij aan een dochter is verstrekt. In dit arrest is vastgesteld dat er een onderscheid dient te worden gemaakt tussen de ondernemingssfeer en de aandeelhouderssfeer. Er wordt bepaald dat wanneer een grootmoeder een renteloze lening verstrekt aan een dochtermaatschappij, dit wordt gezien als een informele kapitaalstorting. Dit zorgt dus ook voor een toename van het opgeofferd bedrag.

Bepaling opgeofferd bedrag

In het arrest van 22 maart 2019 heeft Hof Den Bosch (ecli:nl:ghshe:2019:1137) een uitspraak gedaan over de bepaling van de hoogte van het opgeofferd bedrag van een deelneming in het geval dat er sprake is van een liquidatie. Een vennootschap koopt de aandelen van een andere vennootschap voor een bedrag van € 500.000. Onder de vennootschap waarvan de aandelen zijn gekocht, bevindt zich een heel concern aan vennootschappen. Uiteindelijk wordt de vennootschap waarvan de aandelen zijn gekocht, geliquideerd. Op het eerste gezicht is het liquidatieverlies € 500.000 minus de ontvangen liquidatie-uitkeringen.

Lager dan koopsom De inspecteur neemt het standpunt in dat de koopsom voor de aandelen slechts deels als het voor de aandelen opgeofferd bedrag in aanmerking genomen kan worden. Hij wijst erop dat een deel van de koopsom is voldaan om diverse juridische procedures af te kopen en geeft aan dat dit niet tot het opgeofferd bedrag kan worden gerekend. De verkopende aandeelhouder was verwikkeld in een ontslagprocedure bij de rechter. Kort na de overdracht van de aandelen voor een bedrag van € 500.000 wordt de ontslagprocedure bij de rechter ingetrokken en komen partijen overeen dat zij uit elkaar gaan. Het hof vindt het niet aannemelijk dat bij de bepaling van het opgeofferd bedrag vanwege strategische belangen meer betaald zou zijn dan de intrinsieke waarde van de aandelen. Aannemelijker is dat er meer betaald is voor de aandelen om van de ontslagprocedure af te komen. Daarom wordt het opgeofferd bedrag door het hof gesteld op de intrinsieke waarde van de aandelen ten tijde van de overdracht. Het resterende gedeelte van de aankoopsom wordt door het hof gekwalificeerd als een informele kapitaalstorting in de vennootschap waar de ontslagprocedure uit voortkwam. Het hoger beroep van de inspecteur is gegrond. Het hof geeft in deze uitspraak een feitelijke weergave van de bepaling van de hoogte van het opgeofferd bedrag en dat een op eerste gezicht eenvoudige bepaling van het opgeofferd bedrag afhankelijk van de feiten en motieven van de kapitaalstorting, toch aangepast moet worden.

bz-advies

Het opgeofferd bedrag kan niet klakkeloos op de koopsom van de aandelen worden gesteld. Informele kapitaalstortingen en andere feiten en motieven voor een kapitaalstorting kunnen invloed hebben op de hoogte van het opgeofferd bedrag.

Om een liquidatieverlies in aftrek te kunnen brengen, moet het opgeofferd bedrag voor de deelneming worden vastgesteld. Houd er rekening mee dat kapitaalstortingen invloed hebben op het opgeofferd bedrag.

Contactgegevens

Indicator BV | Schootense Dreef 31 | Postbus 794 | 5700 AT Helmond

Tel.: 0492 - 59 31 31 | Fax: 040 - 711 17 00

klantenservice@indicator.nl | www.indicator.nl

 

KvK-nummer: 17085336 | Btw-nummer: NL-803026468B01