AFSCHRIJVINGSMETHODE - 29.11.2019

Afschrijving over aanhorigheden van een gebouw

Door de inperking van de afschrijvingen op bedrijfsgebouwen in het verleden is ook de kwalificatie van wat precies tot een bedrijfsgebouw behoort meer van belang geworden. In de praktijk blijken vooral agrarische bedrijven te maken te krijgen met een dergelijke discussie.

Impact Met name agrarische bedrijven beschikken vaak over diverse aanhorigheden. Voor deze bedrijven kan de impact dan ook groot zijn, omdat de naar voren gehaalde belastingheffing de winsten drukt van deze bedrijven in deze toch al enigszins barre stikstoftijden.

Beperking afschrijving

Afschrijven over bedrijfsgebouwen is met ingang van 2019 nog verder beperkt. IB-ondernemers kunnen tot maximaal 50% van de WOZ-waarde van een gebouw afschrijven, indien het een gebouw in eigen gebruik betreft (de oude regeling). Vennootschapsbelastingplichtige lichamen kunnen nog maar afschrijven tot 100% van de WOZ-waarde van een gebouw, indien het een gebouw in eigen gebruik betreft. Voor alle overige gebouwen geldt afschrijven tot 100% van de WOZ-waarde. De discussie of een zaak tot een bedrijfsgebouw behoort, is dan ook van belang. Of men kan afschrijven tot een bepaald percentage van de WOZ-waarde van een gebouw, of de hoofdregel inzake afschrijvingen over roerende zaken, afschrijven tot de restwaarde, is van belang.

Aard- en nagelvast Een klassiek voorbeeld van een zaak die tot een (bedrijfs)gebouw wordt gerekend, is natuurlijk de cv-installatie of de verwarmingsketel van een gebouw. Een gebouw kan niet functioneren zonder een cv-installatie. Een ander voorbeeld is een roltrap en/of een lift. Bij het installeren van zonnepanelen op het dak van een gebouw wordt de discussie al ingewikkelder. Een gebouw kan in de huidige tijd ook heel goed functioneren zonder zonnepanelen en deze behoren dan niet tot een gebouw. De juridische leer is dat een zaak ‘aard- en nagelvast’ aan een gebouw verankerd moet zijn en dat een zaak ‘onmiddellijk en uitsluitend dienstbaar’ is aan het gebouw.

Aanhorigheden

Aanhorigheden van een gebouw worden eveneens aan een gebouw toegerekend, waarbij de beperking van de afschrijvingen ook voor deze aanhorigheden geldt. Deze aanhorigheden kunnen niet als onderdelen van het gebouw worden gezien. Het zijn zelfstandige bedrijfsmiddelen. Er is echter in de rechtspraak en wetsgeschiedenis geen duidelijkheid over wat nu een aanhorigheid is. Enkele recente arresten voor de hoven hebben het begrip aanhorigheden nader ingevuld. De Hoge Raad moet echter het definitieve oordeel geven.

bz-advies

Uit rechtspraak en de wetsgeschiedenis blijkt niet duidelijk wat een aanhorigheid is. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is er sprake van een aanhorigheid als deze behoort bij, in gebruik is bij en dienstbaar isaan een bedrijfsgebouw. In dat geval moet op aanhorigheden worden afgeschreven als ware het een bedrijfsgebouw. De hoofdregel afschrijven tot op de restwaarde is dan niet toe te passen.

Uitspraak

Hof Arnhem-Leeuwarden (ecli:nl:gharl:2019:8492) heeft recentelijk een uitspraak gedaan over de kwalificatie van aanhorigheden. Belanghebbende exploiteerde een agrarisch bedrijf. Over een aantal bedrijfsmiddelen (zoals een mestsilo, erfverharding, mestplaat, kuilvoeropslag) schreef belanghebbende af tot de restwaarde. In discussie was of er sprake was van aanhorigheden, waarvoor de afschrijvingsbeperkingen van gebouwen van toepassing zijn. Om te bepalen of er sprake was van aanhorigheden, zocht het hof aansluiting bij de wettelijke regels over het eigenwoningforfait en de bepaling van aanhorigheden onder deze wetgeving. Het hof komt tot het criterium dat voor aanhorigheden moet gelden dat zij ‘behoren bij, in gebruik zijn bij en dienstbaar zijn aan’. Belanghebbende bepleit toepassing van het criterium dat er sprake moet zijn van ‘onmiddellijk en uitsluitend dienstbaar aan’ om als aanhorigheid te kwalificeren. Het hof acht de stelling van belanghebbende niet van toepassing.

Hoge Raad De vraag is hoe de Hoge Raad invulling gaat geven aan het begrip aanhorigheden. Volgt zij een enge interpretatie voor zaken die bij het gebouw horen, zoals de cv-installatie (er moet dan sprake zijn van ‘onmiddellijk en uitsluitend’ dienstbaar aan het gebouw) of volgt zij een ruime benadering en is er al sprake van een aanhorigheid indien er sprake is van ‘behoren bij, in gebruik zijn bij en dienstbaar zijn aan’ het gebouw?

Of een aanhorigheid als bedrijfsgebouw moet worden aangemerkt, is niet duidelijk. Dit is van belang voor de toe te passen afschrijvingsmethode. De Hoge Raad moet hierover nog een oordeel vellen.

Contactgegevens

Indicator BV | Schootense Dreef 31 | Postbus 794 | 5700 AT Helmond

Tel.: 0492 - 59 31 31 | Fax: 040 - 711 17 00

klantenservice@indicator.nl | www.indicator.nl

 

KvK-nummer: 17085336 | Btw-nummer: NL-803026468B01