Opletten met lenen van stamrecht-BV
Gouden handdruk in stamrecht-BV. Tot enkele jaren geleden was het mogelijk om een ontslagvergoeding te storten in een eigen stamrecht-BV. Voordeel hiervan was dat er fiscaal niet direct hoeft te worden afgerekend. Pas op het moment dat de BV uitkeringen gaat doen, moet hierover belasting worden betaald. Let op. Â Belangrijke voorwaarde hierbij is wel dat u als uiteindelijke gerechtigde niet al eerder over het geld mag beschikken. Uw werkgever moest de gouden handdruk dan ook rechtstreeks aan de BV overmaken en niet via uw eigen rekening.
Zakelijke lening. Als u geld uit uw stamrecht-BV wilt halen zonder dat hiermee het belastinguitstel in gevaar komt, dan moet u dat geld lenen. Deze lening moet echter wel op zakelijke gronden zijn afgesloten, anders kan het uitstel toch worden beëindigd. Zo blijkt uit een recente uitspraak van Hof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2019:519) .
Wat speelde er?
Lening. In deze zaak gaat het om een man die in 2011 van zijn voormalige werkgever een ontslagvergoeding heeft ontvangen van € 130.000. Dit bedrag is rechtstreeks in een stamrecht-BV gestort. Om een auto te kopen voor zijn nieuwe onderneming en om een privélening af te lossen, neemt de man kort na storting al het geld weer op uit de BV. Dit wordt aangemerkt als een lening.
Geen overeenkomst. Tijdens een boekenonderzoek blijkt dat er geen leningsovereenkomst is opgemaakt. Er is niet vastgelegd of de man rente moet betalen, in welk tempo hij aflost en welke zekerheden er zijn verstrekt. Tot op dat moment heeft de man geen rente betaald en niets afgelost.
Privé opgenomen? De controlerend ambtenaar stelt dat er geen zakelijke lening is aangegaan, maar dat de man de ontslagvergoeding privé heeft opgenomen. Dit zou betekenen dat deze in 2011 alsnog ineens belast mag worden. De man krijgt echter de gelegenheid om alsnog een leningsovereenkomst op te maken. Op voorwaarde dat deze zakelijk is en dat hij zich hieraan houdt, kan hiermee directe belastingheffing worden voorkomen.
Afspraken niet nagekomen. Vervolgens wordt er een geldleningsovereenkomst opgemaakt, waarin een jaarlijkse rente van 5,3% staat en een maandelijkse aflossingstermijn van € 1.700. Er wordt een positieve/negatieve hypotheekverklaring voor de eigen woning opgenomen en de belofte dat er een pandrecht zal worden gevestigd op privé-effecten en liquide middelen. Op zich zouden deze afspraken voldoende moeten zijn om de lening als zakelijk aan te merken. De verstrekte zekerheden blijken echter niet veel waard. Het pandrecht wordt uiteindelijk nooit gevestigd en de hypotheekverklaring is zonder waarde nu de bank al een hypotheek op de woning heeft die hoger is dan de WOZ-waarde. Daarnaast houdt de man zich na het opmaken van de geldleningsovereenkomst slechts twee maanden aan zijn rente- en aflossingsverplichtingen.
Het zwaard valt ...
Onzakelijke lening. Het zal u dan ook niet verbazen dat het hof niet anders kan dan concluderen dat deze lening onzakelijk is. Daardoor beschikt de man over zijn ontslagvergoeding en mag de inspecteur deze reeds in 2011 belasten. Er mag in dat jaar een belastingaanslag van 52% over € 130.000 plus belastingrente worden opgelegd.