NAVORDERING - 02.07.2019

Reikwijdte onderzoeksplicht inspecteur bij nieuw feit

De inspecteur mag navorderen als er sprake is van een nieuw feit. Wanneer er sprake is van een nieuw feit, staat nog regelmatig ter discussie in de rechtspraak. Volgens de rechtbank is er geen nieuw feit als de inspecteur specificaties te laat opvraagt.

Navorderen De belangrijkste voorwaarde van het recht op te kunnen navorderen hangt af van het aanwezig zijn van een nieuw feit, tenzij er sprake is van te kwader trouw of een aantal in de wet omschreven specifieke situaties. Sinds jaar en dag wordt over het criterium ‘nieuw feit’ geprocedeerd. De formele definitie van een nieuw feit is een feit dat de inspecteur niet bekend was of dat hem redelijkerwijs niet bekend had kunnen zijn. De nadere invulling van dit criterium vindt nog steeds plaats in de jurisprudentie. Ondanks dat er een nieuw feit aanwezig is, kunnen bijvoorbeeld de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel) verhinderen dat er wordt nagevorderd. Ook een compromis met de Belastingdienst of goed koopmansgebruik kunnen verhinderen dat er navordering kan plaatsvinden, ondanks de aanwezigheid van een nieuw feit.

bz-advies

De formele definitie van een nieuw feit is een feit dat de inspecteur niet bekend was of dat hem redelijkerwijs niet bekend had kunnen zijn. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur (het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel) kunnen, net als een compromis of goed koopmansgebruik, echter verhinderen dat er wordt nagevorderd.

Ingediende aangifte

De ingediende aangifte verhindert gevoelsmatig de toepassing van een nieuw feit over in de aangifte opgenomen vermogensbestanddelen en standpunten. Immers de inspecteur heeft alle informatie voorhanden om de aangifte te beoordelen en door niet af te wijken van de aangifte pleegt hij een ambtelijk verzuim. Toch verhindert de ingediende aangifte en het volgen daarvan de toepassing van een nieuw feit niet. Uit de jurisprudentie volgt, dat indien de aangifte geen aanleiding geeft tot het stellen van een nader onderzoek er later alsnog gesteld kan worden dat er sprake is van een nieuw feit. Ook als dat nieuwe feit ziet op in de aangifte opgenomen vermogensbestanddelen of standpunten.

Jurisprudentie Uit de jusrisprudentie volgt dat zelfs bij het aanwezig zijn van een renseignering van een verzekeraar op het moment dat de aanslag werd opgelegd, toch mocht worden nagevorderd over verkeerd in de aangifte opgenomen en afgetrokken lijfrentepremies. Volgens de Hoge Raad was er een niet-onwaarschijnlijke kans aanwezig dat de renseignering onjuist was of dat de lijfrentepolis was aangepast aan het lijfrentebesluit van de staatssecretaris.

In een andere casus trok iemand een groot bedrag aan ziektekosten af in verband met de ziekte van zijn minderjarige kind. Deze persoon had in de bijlage bij zijn aangifte echter ook aangegeven dat er sprake was van een flink bedrag aan ontvangen giften, waardoor er afgevraagd kon worden of de ziektekosten van zijn minderjarige kind wel op hem drukte. De Hoge Raad besliste echter dat er geen sprake was van een ambtelijk verzuim en dat de inspecteur kon navorderen. De aangifte gaf geen aanleiding tot een nader onderzoek.

De jurisprudentie overziend, beslist de Hoge Raad vaak in het voordeel van de Belastingdienst, indien er een discussie plaatsvindt of er sprake is van een nadere onderzoeksplicht van de Belastingdienst.

Opmerkelijk

De uitspraak van Rechtbank Den Haag (ecli:nl:rbdha:2019:3177) inzake een belastingplichtige die reeds enige jaren aangaf dat art. 10a Wet Vpb van toepassing was en dat de belastingplichtige gebruikmaakt van de tegenbewijsregeling, is daarom opmerkelijk te noemen. De belastingplichtige beantwoordde elk jaar in zijn aangifte de vraag over het van toepassing zijn van de tegenbewijsregeling van art. 10a Wet Vpb met ‘ja’. De belastingplichtige verzuimde echter de specificatie bij te voegen, waarom de tegenbewijsregeling van art. 10a Wet Vpb van toepassing was. In de aangifte werd er wel gevraagd om deze specificaties.

Na een aantal jaren vroeg de Belastingdienst bij de beoordeling van de aangifte over het boekjaar 2013/2014 wel om de specificaties. De rechtbank vraagt zich af waarom de Belastingdienst niet bij het vaststellen van de aanslagen voor de eerdere jaren ook om de specificaties heeft gevraagd, nu de Belastingdienst dit wel doet voor de aangifte over het boekjaar 2013/2014. De rechtbank concludeert op basis van dit laatste feit dat er sprake is van een ambtelijk verzuim door de Belastingdienst dat navordering verhinderd.

Een juiste beantwoording van de algemene vragen bij de aangifte kan voorkomen dat er sprake is van een nieuw feit.

Contactgegevens

Indicator BV | Schootense Dreef 31 | Postbus 794 | 5700 AT Helmond

Tel.: 0492 - 59 31 31 | Fax: 040 - 711 17 00

klantenservice@indicator.nl | www.indicator.nl

 

KvK-nummer: 17085336 | Btw-nummer: NL-803026468B01