TOEREKENING PARTNERS - 29.03.2019

Verdelen ab-vermogen, wanneer echt onherroepelijk?

Gezamenlijk vermogen verdelen tussen partners, vele belastingplichtigen doen het jaarlijks. Wettelijk is het mogelijk deze verdeling aan te passen, maar tot wanneer precies?

Toerekening gezamenlijke bestanddelen

Fiscale partners mogen op grond van art. 2.17 Wet IB 2001 hun gezamenlijke inkomensbestanddelen in een zelf gekozen verhouding verdelen in hun aangiften. Jaarlijks kan deze verhouding naar eigen inzicht worden aangepast. Bovendien kan na de aangifte de verhouding nog veranderd worden. Lid 4 bepaalt dat de gekozen verdeling nog kan worden aangepast tot het moment waarop de aanslag onherroepelijk vaststaat. Maar wanneer is er nu sprake van ‘onherroepelijk vaststaan’? Onlangs werd een uitspraak gewezen bij Rechtbank Gelderland (ecli:nl:rbgel:2019:268) waarin werd geoordeeld dat het opleggen van een definitieve aanslag nog niet voldoende hoeft te zijn voor het onherroepelijk vaststaan van de aanslag.

Onherroepelijk In de casus bij Rechtbank Gelderland deden belastingplichtige en zijn partner aangifte waarbij het gezamenlijk vermogen werd verdeeld. De aanslag werd op 6 mei 2017 definitief vastgesteld conform de aangifte. Vervolgens dienden de partners in 2018 wederom een aangifte in waarbij het gezamenlijk vermogen anders werd verdeeld dan oorspronkelijk. De aanvullende aangifte werd door de inspecteur als bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en als verzoek tot ambtshalve vermindering afgewezen. Met verwijzing naar art. 2.17 lid 4 gaf de inspecteur aan dat wijziging niet mogelijk was, omdat de aanslagen definitief waren opgelegd. Echter, de rechtbank oordeelde anders.

Op grond van art 9.6 Wet IB 2001 wordt in geval een verzoek om ambtshalve vermindering geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen een voor bezwaar vatbare beschikking genomen, zoals ook in deze casus het geval is. De rechtbank oordeelt op grond hiervan dat er nog bezwaar en beroep openstaat waarbij de aanslag kan worden gewijzigd. Derhalve staat de aanslag niet vast en kan de verdeling nog gewijzigd worden.

Ambtshalve verzoek om vermindering

Een verzoek tot ambtshalve vermindering zorgt er volgens de rechtbank dus voor dat de gekozen verhouding van bestanddelen kan worden gewijzigd. Opvallend genoeg heeft het Hof Den Bosch eerder in een vergelijkbare zaak uitspraak gedaan waarin de nieuwe verdeling niet mogelijk was, ondanks een verzoek tot ambtshalve vermindering. Volgens de rechtbank werd in die casus echter geen duidelijke overweging gegeven inzake de verhouding tussen het verzoek tot ambtshalve vermindering en de wijziging van de gekozen verhouding. Het mogelijke bezwaar en beroep tegen een ambtshalve vermindering komt inderdaad ook niet ter sprake in de uitspraak van het hof.

Succes Mogelijk speelt bij het verschil in oordeel ook mee of een beroep tot ambtshalve vermindering succesvol kan worden geacht. Echter, uit beide uitspraken komt dit niet duidelijk naar voren. Een verzoek tot ambtshalve vermindering kan worden gedaan als een aanslag te hoog is vastgesteld en er nog geen vijf jaar na afloop van het betreffende belastingjaar zijn verstreken. In principe zal een verzoek tot ambtshalve vermindering worden gevolgd door de inspecteur, tenzij zich de genoemde gevallen uit art. 45aa Uitvoeringsregeling Wet IB 2001 voordoen. In geen van deze gevallen wordt echter de wijziging van de verdeling van gezamenlijk inkomensbestanddelen genoemd (tenzij dit zou moeten worden gezien als fiscale faciliteit). Dat maakt dat de aanslag kan worden gewijzigd en dus nog niet onherroepelijk vaststaat.

Conclusie

De verdeling van gezamenlijke bestanddelen kan niet meer worden gewijzigd als de aanslagen onherroepelijk vaststaan. Maar als ambtshalve vermindering mogelijk is, zo oordeelt de rechtbank, kan de verdeling nog worden gewijzigd. In de uitgezonderde gevallen van de ambtshalve vermindering staat de wijziging van de verdeling ook niet genoemd, tenzij het als een fiscale faciliteit zou moeten worden beschouwd. Uitgaande van deze uitspraak betekent dit dat aanpassing van de verdeling van gezamenlijke inkomensbestanddelen nog mogelijk is tot vijf jaar na het verstrijken van het belastingjaar, zolang ambtshalve vermindering mogelijk is.

BZ-ADVIES

Zijn de aanslagen definitief opgelegd, maar wil men de verdeling aanpassen? Kijk dan of een verzoek om ambtshalve vermindering mogelijk is.

Door de uitspraak van de rechtbank staat een aanslag pas definitief vast als de vijfjaarstermijn voor een verzoek om ambtshalve vermindering is verstreken.

Contactgegevens

Indicator BV | Schootense Dreef 31 | Postbus 794 | 5700 AT Helmond

Tel.: 0492 - 59 31 31 | Fax: 040 - 711 17 00

klantenservice@indicator.nl | www.indicator.nl

 

KvK-nummer: 17085336 | Btw-nummer: NL-803026468B01