BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT - 26.03.2019

Bedrijfsopvolgingsfaciliteit, de bezitseis in de Successiewet 1956

Bij een vererving of schenking van aandelen kan de BOF een flinke belastingbesparing opleveren. De erflater of schenker moet de aandelen dan al wel een bepaalde tijd in bezit hebben gehad. Tijdig voorsorteren is daarom een vereiste.

Indien er bij het schenken van aanmerkelijkbelangaandelen een beroep wordt gedaan op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF), moet er aan tal van voorwaarden worden voldaan. Een van die voorwaarden is de bezitseis, zoals deze is opgenomen in artikel 35d Successiewet 1956.

Bezitseis

Om in geval van schenking of vererving van aanmerkelijkbelangaandelen succesvol een beroep te kunnen doen op de BOF, moeten de aandelen gedurende een bepaalde periode in het bezit zijn geweest van de erflater of de schenker. Bij vererving geldt er een periode van één jaar, bij schenking geldt er een periode van vijf jaar.

Bezitsperioden samentellen. Artikel 9 Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting bevat een aanvulling op de bezitseis. Soms mogen bezitsperioden samen worden geteld, zoals bij een aandelenfusie, juridische fusie, juridische splitsing of geruisloze inbreng. Er is sprake van een economische benadering. De uiteindelijk gerechtigde is dezelfde gebleven, de wijziging van de juridische huls heeft fiscaal geruisloos plaatsgevonden.

Tijdig plannen. Indien men voornemens is aanmerkelijkbelangaandelen te gaan schenken aan bijvoorbeeld de volgende generatie, is het van belang dit goed te plannen. Zoals hiervoor is aangegeven, worden in sommige situaties de bezitsperioden samengeteld. Door een wijziging in de onderneming is het echter ook mogelijk dat er een nieuwe periode is gaan lopen. Wees hierop bedacht!

FP-ADVIES

Een zorgvuldige planning kan een forse belastingbesparing opleveren, bijvoorbeeld door een schenking uit te stellen totdat er aan de bezitseis is voldaan.

Praktijkvoorbeeld 1

De heer en mevrouw Jansen zijn in gemeenschap van goederen gehuwd. Tot de gemeenschap van goederen behoren tien aandelen in Jansen Beheer BV. Jansen Beheer BV bezit een 100%-deelneming in Jansen Garagebedrijf BV, die een actieve onderneming drijft. De heer en mevrouw Jansen bezitten de aandelen sinds 1990.

Vererving. In 2018 is de heer Jansen komen te overlijden. Van de aanmerkelijkbelangaandelen zijn via een legaat in het testament acht aandelen toebedeeld aan de zoon. De resterende twee aandelen zijn via het huwelijksgoederenrecht toebedeeld aan mevrouw Jansen.

BOF van toepassing. Ter zake van de verkrijging van de aandelen op basis van het erfrecht door de zoon, is de BOF van toepassing. Er is in beginsel geen erfbelasting en aanmerkelijkbelangheffing verschuldigd. Aan de bezitseis wordt in deze voldaan, nu de aandelen al sinds 1990 in het bezit waren van de heer en mevrouw Jansen.

Praktijkvoorbeeld 2

Dezelfde casus als in praktijkvoorbeeld 1, met dien verstande dat van de aanmerkelijkbelangaandelen vijf aandelen via het huwelijksgoederenrecht zijn toebedeeld aan mevrouw Jansen. De overige aandelen zijn toebedeeld aan de nalatenschap. Via een legaat zijn van deze vijf aandelen twee aandelen toebedeeld aan de zoon en drie aandelen aan mevrouw Jansen.

Schenking. Mevrouw Jansen besluit in 2019 de door haar gehouden acht aandelen te schenken aan haar zoon. Voor vijf van de acht aandelen geldt dat mevrouw Jansen voldoet aan de bezitseis. Echter, voor de resterende drie aandelen voldoet zij niet aan de bezitseis. Voor deze aandelen is een nieuwe bezitstermijn gaan lopen, zodat er in 2019 voor deze aandelen geen beroep kan worden gedaan op de BOF. In 2018 is de akte van verdeling van de nalatenschap gepasseerd, zodat er pas vanaf 2023 een beroep kan worden gedaan op de BOF voor de schenking van de drie aandelen.

Geen samentelling

Artikel 9 Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting omschrijft een aantal situaties waarin de bezitstermijn niet wordt onderbroken. De situatie waarin er sprake is van een huwelijk, echtscheiding of verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap is hierin niet opgenomen.

Invloed testament. Mevrouw Jansen was economisch al vanaf 1990 gerechtigd tot de aandelen in Jansen Beheer BV. Enkel door de toedeling aan de nalatenschap op basis van het testament, wordt er niet voldaan aan de bezitseis voor een deel van de schenking die daarna plaatsvindt. In praktijkvoorbeeld 1 zorgde een andere verdeling er wel voor dat er een beroep kon worden gedaan op de toepassing van de BOF. Zoals in de literatuur al is aangegeven, is er wellicht sprake van een omissie in de regelgeving op dit gebied.

Tijdig plannen

De voorbeelden uit dit artikel laten zien dat het van groot belang is tijdig na te denken over een bedrijfsopvolging. Het is met name van belang om na te gaan of het de bedoeling is dat de aandelen worden geschonken en zo ja, op welke termijn dit moet gebeuren. Aan de hand hiervan kan er een verdere invulling worden gegeven aan het structureren van de ondernemingsvorm, het drijven van een actieve onderneming, de dienstbetrekkingseis, de invulling van een testament, de huwelijkse voorwaarden, etc. En dan nog kan er uiteraard altijd iets gebeuren waardoor een vooraf opgemaakt plan anders uitpakt dan was bedacht.

Probeer bedrijfsopvolgingen zo veel mogelijk vooruit te plannen en rekening te houden met het samentellen van bezitsperioden. Op die manier kan de BOF worden benut, terwijl er toch voldoende mogelijkheden zijn om de ondernemingsstructuur tussentijds te optimaliseren.

Contactgegevens

Indicator BV | Schootense Dreef 31 | Postbus 794 | 5700 AT Helmond

Tel.: 0492 - 59 31 31 | Fax: 040 - 711 17 00

klantenservice@indicator.nl | www.indicator.nl

 

KvK-nummer: 17085336 | Btw-nummer: NL-803026468B01