Wat is een ‘reële’ winstverdeling bij een man-vrouw-Vof?
Samen ondernemen ... In het MKB is samenwerking tussen echtgenoten of partners binnen het bedrijf eerder regel dan uitzondering. Dat kan ook binnen een Vof, maar hoe zit het dan met de winstverdeling? Waar moet u dan op letten en wat vond de rechter onlangs niet meer aanvaardbaar?
Fiscale voordelen
Aan een Vof zijn tal van fiscale voordelen verbonden. Dat is niet anders voor een man-vrouw-Vof. In beginsel kwalificeren beiden namelijk als ondernemer en hebben zij, mits er voldaan wordt aan de fiscale voorwaarden, ook beiden recht op ondernemersfaciliteiten. Bovendien kan de winst tussen beide vennoten worden verdeeld, waardoor het progressieve tarief van box 1 deels kan worden vermeden. Maar welke regels gelden hiervoor?
Zakelijk handelen. Bij het verdelen van de winst over de vennoten moet zakelijk handelen vooropstaan. Dat wil zeggen dat de winstverdeling binnen een man-vrouw-Vof niet mag afwijken van een winstverdeling die tussen onafhankelijke derden zou zijn overeengekomen. Welke winstverdeling reëel is, hangt af van de omstandigheden. Van belang is onder meer hoeveel uur de vennoten in de Vof werkzaam zijn, wie kapitaal en of bedrijfsmiddelen inbrengt, wie over ervaring, vakkennis en diploma’s beschikt, enzovoorts.
Vof-contract. Een winstverdeling hoeft niet in een Vof-contract te zijn vastgelegd en moet blijken uit de aangifte. De fiscus kan hier altijd van afwijken als deze onlogisch is. Schriftelijke vastlegging door de vennoten is uiteraard wel van belang om latere discussie met de fiscus te voorkomen.
Merkwaardige winstverdeling. Voor de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd onlangs een zaak behandeld, waarbij de inspecteur de winstverdeling binnen een Vof niet accepteerde (ECLI:NL:RBZWB:2018:4758) . De Vof dreef een winkel in brocante, meubelen, glaswerk, keukengerei en cadeauartikelen. Alleen in het eerste jaar van de Vof werd er een bescheiden winst geboekt, waarna er tien jaar op rij een verlies werd geleden van in totaal ongeveer € 250.000. De verdeling van deze inkomsten onder de vennoten was op zijn minst merkwaardig. De winst in het eerste jaar werd geheel aan de vrouwelijke vennoot toegerekend, het verlies in de tien jaar erna geheel aan de mannelijke vennoot.
Verliescompensatie. De reden voor de onlogische winstverdeling was geheel terug te voeren naar de (on)mogelijkheid de geleden verliezen te compenseren. De mannelijke vennoot werkte namelijk gemiddeld slechts zo’n vijf uur per week in de winkel, de vrouwelijke vennoot 40 tot 50 uur. De man had daarnaast een fulltimebaan in loondienst en kon zodoende de verliezen compenseren, voor de vrouw gold dit niet.
Verdeling onzakelijk. De rechter kwam dan ook tot de conclusie dat de winstverdeling onzakelijk was. De naheffingen bleven in stand.
Uw man-vrouw-Vof?
Een correcte winstverdeling mag niet afwijken van wat u met een onafhankelijke derde zou afspreken. Gebeurt dit wel, dan liggen hier meestal belastingdrukmotieven aan ten grondslag die dus niet zijn toegestaan. Besef dat navorderingen dan te verwachten zijn, en dat de inspecteur maximaal vijf jaar kan teruggaan.