Splitsingsfaciliteit overdrachtsbelasting
Splitsingsfaciliteit
Voor Hof Den Bosch (ecli:nl:ghshe: 2018:4542) staat de vraag centraal of deze faciliteit van toepassing is, als direct erna de afsplitsende vennootschap wordt verkocht. Ook in een zaak voor Hof Den Haag (ecli:nl: ghdha:2018:3798) werd de afsplitsende vennootschap snel verkocht. In de zaak van Rechtbank Gelderland (ecli:nl:rbgel:2019:142) werd gesplitst omdat de aandeelhouders niet meer door een deur konden.
Hof Den Bosch De uitgangssituatie is als volgt. Twee houdstervennootschappen houden samen alle aandelen in een werkmaatschappij. Een koper wil de aandelen in de werkmaatschappij overnemen. Tot het vermogen van deze werkmaatschappij behoort vastgoed. Dit vastgoed wil de koper niet overnemen. Om die reden wordt de werkmaatschappij afgesplitst. Het vastgoed gaat daarbij over naar een nieuwe vennootschap, waarin de beide houdstervennootschappen een belang verkrijgen. Daarna dragen de houdstervennootschappen de aandelen in de werkmaatschappij over aan de koper. De nieuwe vennootschap die het vastgoed verkrijgt, doet een beroep op de splitsingsfaciliteit overdrachtsbelasting. De inspecteur is echter van mening dat de faciliteit niet van toepassing is.
Voorwaarden splitsingsfaciliteit
Gaat bij een splitsing van een vennootschap vastgoed over, dan heeft de verkrijgende vennootschap recht op een vrijstelling overdrachtsbelasting. Hierop geldt een uitzondering als de splitsing in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van heffing. Van ontgaan of uitstellen wordt geacht sprake te zijn indien er zakelijke overwegingen - zoals herstructurering of rationalisering van de actieve werkzaamheden van de splitsende en verkrijgende rechtspersoon - ontbreken. Worden binnen drie jaar na splitsing de aandelen in de splitsende of verkrijgende vennootschap vervreemd, dan worden zakelijke overwegingen geacht afwezig te zijn.
Bewijsvermoeden Het betreft hier overigens slechts een bewijsvermoeden. De belastingplichtige heeft namelijk alsnog recht op de vrijstelling als hij aannemelijk kan maken dat de splitsing niet (in overwegende mate) is ingeven om de heffing van overdrachtsbelasting te ontgaan of uit te stellen.
Geen zakelijk motief
Het Hof Den Bosch constateert dat het vastgoed is afgesplitst enkel omdat de koper de werkmaatschappij wilde overnemen zonder het vastgoed. Zonder de verkoop van de werkmaatschappij waren er geen zakelijke redenen voor de werkmaatschappij en de verkrijgende vennootschap om het vastgoed af te splitsen. Weliswaar was de samenvoeging van de activiteiten van de koper met die van de werkmaatschappij bezien zakelijk, maar die samenvoeging had ook bereikt kunnen worden door het vastgoed belast af te zonderen. Kortom: de vrijstelling was niet van toepassing, aldus het hof.
Wel zakelijke motieven
Het Hof Den Haag moest oordelen over de overdracht van tankstations en daarbij behorende rechten die middels een juridische splitsing in een dochtervennootschap werden ondergebracht. Later dat jaar werden alle aandelen in de dochter overgedragen aan een derde. Het hof oordeelde dat de splitsing heeft plaatsgevonden vanwege zakelijke overwegingen, zoals herstructurering en rationalisering van de actieve werkzaamheden van de splitsende en de verkrijgende vennootschap. De op bedrijfseconomische, commerciële en marktstrategische gronden genomen ondernemingsbeslissingen hebben tot de splitsing geleid. Daar doet de vervreemding van de aandelen in de dochter-BV binnen drie jaar na de afsplitsing niet aan af. Het hof oordeelde dat de dochter-BV geen overdrachtsbelasting was verschuldigd vanwege de afsplitsing.
Ruziesplitsing In de zaak die speelde voor Rechtbank Gelderland was er sprake van een zogenoemde ‘ruziesplitsing’. De splitsing was in dat geval ook daadwerkelijk ingegeven door ruzie, omdat de betreffende broer en zus niet goed met elkaar overweg konden. De rechtbank zag hierin wel voldoende zakelijke redenen voor de splitsing. De splitsingsfaciliteit was dus van toepassing.
bz-advies
Bij afsplitsing van vastgoed uit een vennootschap in een nieuwe vennootschap kan er worden geprofiteerd van de splitsingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting. De vrijstelling is in ieder geval van toepassing als er zakelijke motieven aan die splitsing ten grondslag liggen.
Aandeelhoudersmotieven
Een splitsing kan ook plaatsvinden uit ‘zuivere aandeelhoudersmotieven’. Vanuit de splitsende en verkrijgende vennootschap bezien, is er dan geen sprake van een zakelijk belang. Voor toepassing van de splitsingsfaciliteit in de vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting staat vast dat ook bij aanwezigheid van uitsluitend aandeelhoudersmotieven de faciliteit van toepassing is. Aangezien de splitsingsfaciliteit in de overdrachtsbelasting op dezelfde leest is geschoeid, zou men verwachten dat ook de vrijstelling in de overdrachtsbelasting bij aandeelhoudersmotieven van toepassing is. De Belastingdienst lijkt echter het standpunt in te nemen dat bij gebrek aan zakelijke overwegingen een beroep op de faciliteit zonder meer niet mogelijk is.
Bedrijfsopvolging De staatssecretaris heeft zich op het standpunt gesteld dat het splitsen van de holding in het kader van een bedrijfsopvolging voor de heffing van de IB en Vpb fiscaal gefacilieerd kan. In dat kader heeft de staatssecretaris het volgende opgemerkt: “Naar aanleiding van de vragen bevestig ik dat een splitsing die enkel is gericht om in het kader van een reële bedrijfsopvolging de houdstermaatschappij via een juridische splitsing op te splitsen om - na de splitsing - de aandelen in de vennootschap die het belang in de werkmaatschappij houdt met toepassing van de doorschuifregeling te kunnen schenken aan de opvolger, niet wordt aangemerkt als een splitsing die gericht is op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing, in de zin van onder andere artikel 3.56, vierde lid, van de Wet IB 2001, en in dat geval ook een aandeelhoudersmotief een fiscaal vrijgestelde splitsing niet in de weg staat.”
Voorbeeld bedrijfsopvolging
Een schenker heeft alle aandelen in een houdstervennootschap. Tot het vermogen van de houdstervennootschap behoort een deelneming in de werkmaatschappij en vastgoed. De schenker wil de werkmaatschappij schenken, maar niet het vastgoed. Om die reden wordt er besloten de houdstervennootschap af te splitsen. Het vastgoed gaat daarbij over naar een nieuw opgerichte vennootschap, waarvan de schenker alle aandelen verkrijgt. Na de afsplitsing schenkt de schenker de aandelen in de houdstervennootschap die de deelneming in de werkmaatschappij heeft.
Herstructurering Voor toepassing van de IB en Vpb kan de herstructurering op basis van de splitsingsfaciliteit ‘geruisloos’ plaatsvinden. Dit zou hetzelfde moeten gelden voor de overdrachtsbelasting. Ook de verkrijging van het pand door de nieuw op te richten vennootschap zou - op grond van de splitsingsfaciliteit - dus zonder overdrachtsbelasting moeten kunnen plaatsvinden.
bz-advies
Houd er rekening mee dat bij een afsplitsing van vastgoed in het kader van een bedrijfsopvolging de splitsingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting niet van toepassing is, terwijl deze splitsing voor inkomsten- en vennootschapsbelasting geen problemen oplevert.
Conclusie
Net als de Vpb en IB kent de overdrachtsbelasting een splitsingsfaciliteit. Anders dan voor eerstgenoemde heffingen lijkt de Belastingdienst geen ruimte te zien voor een faciliëring van een splitsing ingegeven door aandeelhoudersmotieven. Nadere rechtspraak zal moeten uitwijzen of dit standpunt houdbaar is.