Hoelang moet u een zieke oproepkracht doorbetalen?
Duur. Vanwege de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte zijn veel werkgevers huiverig om werknemers in vaste dienst te nemen. Het is een forse financiële last om twee jaar lang het loon te moeten doorbetalen, zonder dat er gewerkt wordt. Veel werkgevers nemen dan ook personeel in dienst op basis van een tijdelijk of een oproepcontract.
Hoe gaat dat veranderen?
Maximaal een jaar. U las het misschien al eerder, het kabinet wil de positie van oproepkrachten versterken. Op grond van het wetsvoorstel ‘Wet arbeidsmarkt in balans (WAB)’ kan een werknemer (als het wetsvoorstel wet wordt) nog maximaal één jaar op basis van een oproepcontract werken. Als de werkgever daarna verder wil, moet hij een contract voor een vast aantal uren aanbieden.
Langere tijd. De mogelijkheid om tijdelijke contracten te sluiten wordt verruimd. Nu ontstaat er al een vast contract bij meer dan drie elkaar opeenvolgende tijdelijke contracten of als de duur van de opeenvolgende tijdelijke contracten langer is dan twee jaar. Deze laatste periode wordt drie jaar als de WAB in werking treedt (planning is 2020).
Loon tijdens ziekte. De WAB bevat geen voorstellen om de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte te beperken. Deze blijft voorlopig ongewijzigd.
Hoe zit het bij een zieke oproepkracht?
Verschillende oproepcontracten. Of de werkgever het loon van een zieke oproepkracht moet doorbetalen, hangt onder meer af van de aard van het contract. Er bestaan verschillende soorten oproepcontracten, zoals het contract met een voorovereenkomst, een min-maxcontract en een nulurencontract. Bij een nulurencontract is de werknemer verplicht om gehoor te geven aan een oproep om te komen werken, maar bestaat er geen afspraak over het aantal uren dat hij zal worden opgeroepen. Over de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte bij een dergelijk contract moest het Gerechtshof Den Haag onlangs oordelen (ECLI:NL:GHDHA:2018:2404) .
Wat speelde er in deze zaak?
Rooster. Willem is eind november vorig jaar als beveiliger in dienst getreden op basis van een nulurencontract van zeven maanden. Na elf dagen te hebben gewerkt, meldde hij zich op 4 december ziek. Zijn werkgever betaalde nog zes dagen het loon door. Toen de werkgever er daarna mee stopte, eiste Willem in kort geding loondoorbetaling totdat zijn tijdelijke contract van rechtswege zou eindigen.
Cao. In hoger beroep stelt het gerechtshof vast dat de cao Particuliere Beveiliging bepaalt dat de werknemer recht heeft op loondoorbetaling als hij wegens ziekte de bedongen arbeid niet kan verrichten. Daaruit kan worden afgeleid dat Willem alleen recht heeft op loondoorbetaling als hij zou zijn opgeroepen om te komen werken, als hij niet ziek zou zijn geworden.
Willem was tot 10 december ingeroosterd en tot die datum heeft hij loon ontvangen. Zijn werkgever heeft gemotiveerd uiteengezet dat er daarna geen werk meer voor hem was. Na 10 december zou hij niet meer zijn opgeroepen en dus ook geen loon meer hebben ontvangen. Hij kan dan ook geen aanspraak maken op loondoorbetaling bij ziekte. Tip. Denk goed na voordat u een oproepkracht voor een langere periode inroostert.