Controle-aanpak Wet DBA op straat
Modelovereenkomst. U weet ook wel dat op 1 mei 2016 de VAR is komen te vervallen. De Wet DBA is aangenomen. Kort gezegd komt het erop neer dat opdrachtgevers zekerheid kunnen verkrijgen over het niet hoeven inhouden van loonbelasting en sociale premies, door te werken volgens een door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst.
Tot 2018. Toegezegd is dat tot 1 juli 2018 een ‘terughoudend handhavingsbeleid’ wordt gevoerd. Er worden geen naheffingsaanslagen opgelegd, tenzij er sprake is van ‘evident kwaadwillenden’. Hiervan is sprake in de sfeer van fraude en dergelijke.
Richtlijnen Belastingdienst. In een intern memo voor controlemedewerkers en klantcoördinatoren is een iets ruimere uitleg opgenomen. Er zou in ieder geval sprake zijn van ‘mogelijk evident kwaadwillenden’ als:
- opdrachtgever en opdrachtnemer niet reageren op herhaaldelijke aanwijzingen van de Belastingdienst om hun werkwijze of overeenkomst aan te passen;
- de Belastingdienst in de periode voor 1 februari 2016 al schriftelijk kenbaar heeft gemaakt dat er loonheffingen moeten worden afgedragen en de feiten en omstandigheden sindsdien ongewijzigd zijn;
- er sprake is van opzet. De inspecteur moet bewijzen dat er sprake is van bewust ten onrechte geen loonheffingen afdragen (of op zijn minst het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat ... ).
Voorleggen? Met name de eerstgenoemde situatie roept vragen op. Volgens de Belastingdienst is er niets nieuws onder de zon. Tot nu toe was echter niet bekend dat men het etiket ‘kwaadwillend’ opgeplakt kan krijgen door niet te reageren op aanwijzingen van de Belastingdienst. De praktijk leert dat het nu meestal niet zinvol is om een overeenkomst ter beoordeling voor te leggen. De Belastingdienst is terughoudend, omdat men zelf ook niet weet welke kant het opgaat. Met dit memo in gedachten wordt het nog minder aantrekkelijk. U loopt immers ook het risico dat u ‘aanwijzingen’ krijgt die niet passen in wat u voor ogen staat.