Ontevreden klant betaalt niet, hoe nu verder met de btw?
Oninbaarheid. Soms kan uw afnemer niet betalen, bijvoorbeeld door liquiditeitsproblemen. Dan blijft u met de gebakken peren zitten. Gelukkig kunt u in een dergelijk geval wel een verlies nemen op uw vordering. Daarnaast kan de in rekening gebrachte btw, die inmiddels reeds is afgedragen, ‘op verzoek’ worden teruggekregen.
Verzoek. Over het tijdvak waarin duidelijk wordt dat uw cliënt niet gaat betalen, kunt u een verzoek om teruggave indienen bij de fiscus. Let op. Het verzoek moet u indienen binnen één maand na het einde van dat tijdvak. U mag het niet ‘oplossen’ met een creditfactuur. Intern crediteren kan, maar mag dus niet in de btw-aangifte worden verwerkt.Betaalt uw afnemer een deel van de factuur, dan mag u over het restant de btw terugvragen.
Onenigheid
Wat nu als uw klant wel kan betalen maar dat niet wil ? Omdat hij bijvoorbeeld ontevreden is over het geleverde? Wat dan met de gefactureerde btw?
Opnieuw verzoek. Ook in dat geval moet u de btw terugvragen middels een afzonderlijk verzoek. U zult aan de fiscus moeten aantonen dat u geprobeerd heeft uw vordering te innen maar, dat dit niet is gelukt. Let op. Het is niet toegestaan een creditfactuur in uw reguliere btw-aangifte op te nemen. Wel mag u voor intern gebruik een creditfactuur opmaken om daarmee het verlies op de vordering in uw administratie te verwerken.
Probleem opgelost. Maar stel nu dat u er met uw klant uiteindelijk wel uitkomt. U besluit bijvoorbeeld 25% korting te geven op de oorspronkelijke factuur. Dat betekent voor nu wat minder winst, maar wel het behoud van uw klant.
Reguliere aangifte. In dat geval kunt u wel aan de afnemer hiervoor een creditnota uitreiken en deze verwerken in uw reguliere aangifte btw. Met uw gewone kwartaalaangifte wordt dan ook de btw op deze korting verrekend. Een afzonderlijk verzoek is in een dergelijke situatie niet vereist.
Tijdstip verzoek
U moet uw afzonderlijke verzoek tot teruggaaf dus indienen nadat duidelijk is geworden dat uw klant niet gaat betalen. Dat is bijvoorbeeld op het moment dat u van hem een schrijven/e-mail heeft ontvangen waarin hij dit uitdrukkelijk vermeld en u besluit het erbij te laten zitten.
Bewijsmateriaal. Het draait om de vraag wanneer de vergoeding ‘niet is en niet zal worden ontvangen’. Volgens de Wet omzetbelasting moet een verzoek om teruggaaf worden gedaan over dat tijdvak. In de praktijk heeft u enige vrijheid met betrekking tot de vraag op welk moment redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de voldoening door de schuldenaar achterwege zal blijven.
Heeft u bijvoorbeeld afschriften van uw brieven, aanmaningen en ingebrekestellingen en heeft u daarna de zaak laten rusten, dan zal de Belastingdienst uw verzoek doorgaans accepteren.
Pas na een faillissement duidelijkheid ? Feitelijk is pas in het tijdvak van een faillissement van een onderneming absoluut zeker dat uw vordering niet meer zal worden voldaan. Dat is dan ook het allerlaatste tijdvak om uw verzoek in te dienen.
Op http://tipsenadvies-eenmanszaak.nl/download vindt u het model ‘Bijzonder verzoek tot teruggave btw’ (TE 06.03.05).