Een gemeente in gebreke stellen? Doe het goed!
Best veel ... De Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen heeft sinds de invoering steeds meer bekendheid gekregen. Er zijn zelfs adviesbureaus die hier grif gebruik van maakten en er een goede boterham aan hebben verdiend. Het was namelijk eenvoudig scoren. Althans, zo leek het steeds. Deze uitspraak van de Raad van State geeft hier een belangrijke nuance.
De regeling
Termijnen. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn onder andere de termijnen opgenomen waarbinnen een bestuursorgaan (zoals de gemeente of de provincie) een beslissing moet nemen. Deze beslistermijn staat in de wet waarop een beroep wordt gedaan (bijv. voor het verkrijgen van een vergunning) en als die wet geen termijn noemt, moet de beslissing worden genomen binnen de ‘redelijke termijn’ van max. 8 weken. Als dat niet lukt, moet het bestuursorgaan dit laten weten.
Binnen 14 dagen beslissen want anders ... In de praktijk loopt dit nog wel eens anders, vandaar dat de belanghebbende die vindt dat een bestuursorgaan niet op tijd een besluit neemt, dat bestuursorgaan in gebreke kan stellen.
Het bestuursorgaan heeft dan 14 dagen de tijd om het besluit alsnog te nemen. Volgt er ook dan geen besluit, dan verbeurt het bestuursorgaan een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is.
Hoeveel boete? De hoogte van de dwangsom is ook in de wet geregeld.
Dag 1-14 | € 20,- per dag |
Dag 15-28 | € 30,- per dag |
Dag 29-42 | € 40,- per dag |
In totaal kan een bestuursorgaan over 42 dagen een dwangsom verschuldigd zijn. Dat kan dus oplopen tot € 1.260,-.
Hoe in gebreke stellen?
Vormvrij? Een ingebrekestelling is in beginsel vormvrij. Maar uit een recente uitspraak van de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak, 22.10.2014 (RVS:2014:3801) , blijkt dat de vorm er toch toe doet. Uit deze uitspraak blijkt dat uit een ingebrekestelling in de zin van de Awb voldoende duidelijk moet blijken op welk besluit zij betrekking heeft. Wat speelde er in deze zaak?
Ik stel u in gebreke ... In deze zaak was de minister van Veiligheid en Justitie in gebreke gesteld in de volgende bewoordingen: ‘Bij brief van 29 maart 2013 zond ik u in opgemeld dossier namens de heer [appellant] te [plaats] een bezwaarschrift (zie de bijlage). De beslistermijn is verstreken. Ik stel u in gebreke en verzoek u uw besluit zo spoedig mogelijk te nemen. Ik zie ter zake niet af van het recht te worden gehoord.’
Maar in welk dossier dan? De brief was niet voorzien van de datum en het kenmerk van het betreffende besluit. Alleen maar een kenmerk van de bezwaarmaker zelf. Dit zou op zichzelf niet eens zo’n groot probleem hoeven te zijn, maar deze appellant diende tegelijk met deze brief nog 10 andere bezwaarschriften in bij de minister. Uit de ingebrekestelling bleek niet op welk van de bezwaarschriften de ingebrekestelling betrekking had. De Raad van State vond daarom dat de bezwaarmaker geen recht had op de dwangsom. Tip. Zorg dat uit de ingebrekestelling duidelijk blijkt om welk besluit het precies gaat.