FISCOTIP - 19.04.2013

Desinvesteren óók met beleid

Als u bedrijfsmiddelen verkoopt waarop u investeringsaftrek heeft gekregen, kan het zijn dat u deze aftrek geheel of gedeeltelijk moet terugbetalen. Wanneer is dit het geval en hoe kunt u dit in veel gevallen voorkomen?

Desinvesteringsbijtelling

Waarom? Als u investeert, heeft u in een aantal gevallen recht op investeringsaftrek. Het betreft de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Energie-investeringsaftrek (EIA). De verkregen aftrekken moet u in sommige gevallen bij verkoop van het bedrijfsmiddel weer bij uw winst tellen, dit is de ‘desinvesteringsbijtelling’.

Hoeveel? De desinvesteringsbijtelling is hetzelfde percentage als u destijds bij het investeren heeft ontvangen. Investeerde u bijv. in 2008 voor € 100.000,-, dan kreeg u 12% KIA, oftewel: €  12.000,-. Als u desinvesteert, bedraagt uw bijtelling ook weer 12% van de verkoopprijs, met een maximum van de KIA, oftewel: € 12.000,-.

Voorkomen bijtelling, enkele adviezen

1. Let op de termijn. Een ontvangen investeringsaftrek hoeft u alleen bij uw winst te tellen als u de investering binnen vijf jaar weer afstoot.

Tip. Plan uw desinvesteringen dus zorgvuldig en zorg dat u bedrijfsmiddelen waarop u investeringsaftrek heeft gekregen, bij voorkeur pas na vijf jaar afstoot.

2. Investeer later in het jaar. Bij desinvesteringen gaat het volgens de letter van de wet om vervreemdingen binnen vijf jaar na het begin van het kalenderjaar waarin u investeerde. Investeerde u dus op 31 december 2012, dan kunt u dit bedrijfsmiddel op 1 januari 2017 weer verkopen, zonder dat u last heeft van de bijtelling.

Tip. Voorziet u dat u bepaalde investeringen tussen het vierde en vijfde gebruiksjaar weer af­stoot, schaf ze dan bij voorkeur laat in het jaar aan.

3. Oudste bedrijfsmiddel eerst. Vanwege boven­­genoemde termijn is het bij dezelfde soort investerings­­goederen van belang dat u het oudste bedrijfs­middel als eerste desinvesteert. Heeft u bijv. vanwege verminderd wegvervoer minder bestel­auto’s in uw bedrijf nodig, stoot dan eerst de auto’s af die buiten de vijfjaarstermijn vallen.

4. Splits uw desinvesteringen. Als u bedrijfsmiddelen afstoot, krijgt u pas met de desinvesteringsbijtelling te maken als u in een jaar voor minstens € 2.300,- desinvesteert. Onder deze grens heeft u geen last van de bijtelling. Bij beperkte desinvesteringsplannen is het daarom raadzaam deze zo mogelijk over meerdere jaren te splitsen. Zo kunt u natuurlijk dit jaar 20 oude computers afstoten voor een totale prijs van € 4.000,- en desinvesteringsbijtelling betalen, maar u kunt er ook dit jaar 10 afstoten en volgend jaar de rest. Bij dezelfde opbrengst van 2 x € 2.000,- en geen verdere desinvesteringen heeft u beide jaren geen last van de bijtelling.

5. Pas op bij doorschuiven. Binnen de inkomstenbelasting kunt u uw onderneming in een aantal gevallen geruisloos doorschuiven. Bijvoorbeeld als u uw bedrijf verkoopt aan een werknemer die al drie jaar in dienst is. Als u geruisloos doorschuift, gaan alle verplichtingen over op de nieuwe onderneming en heeft u niet met de desinvesteringsbijtelling te maken. De nieuwe ondernemer krijgt echter ook geen investeringsaftrek op zijn aangekochte bedrijfsmiddelen. Zijn deze ouder dan vijf jaar dan heeft u geen last van de desinvesteringsbijtelling, maar wel het nadeel van de gemiste investeringsaftrek. Neem dit mee bij uw keuze om al dan niet geruisloos door te schuiven.

U kunt de desinvesteringsbijtelling ontlopen door het afstoten van bedrijfsmiddelen buiten de termijn van vijf jaar (na het begin van het kalenderjaar) te plannen of door het afstoten te spreiden over meerdere jaren.

Contactgegevens

Indicator BV | Schootense Dreef 31 | Postbus 794 | 5700 AT Helmond

Tel.: 0492 - 59 31 31 | Fax: 040 - 711 17 00

klantenservice@indicator.nl | www.indicator.nl

 

KvK-nummer: 17085336 | Btw-nummer: NL-803026468B01