WONINGHUUR - 21.03.2013

Een inwonend kind wil huurder worden

Het komt regelmatig voor dat kinderen van huurders willen worden aangemerkt als medehuurder. Als de ouders dan later de woning verlaten of overlijden, wordt het kind automatisch hoofdhuurder. Kan de verhuurder dit voorkomen?

Voorkruipen?

Wat is het probleem? Een eerste vraag is waarom de verhuurder dit zou willen voorkomen. Als de kinderen de huur van de ouders voortzetten, lopen de huurinkomsten immers ook door.

Geen goed argument?! Verhuurders hebben op dit moment niet te klagen over zekerheid van inkomsten. De vraag naar huurwoningen is immers groot en het aanbod is beperkt. Met name bij schaarse (sociale) woonruimte kan zo’n verzoek ervoor zorgen dat goedkopere woningen terechtkomen bij bewoners die hier geen recht op hebben.

Geen recht op voorrang. Ook zorgt zo’n aanvraag ervoor dat kinderen die het verzoek indienen, voorrang krijgen op woningzoekenden die mogelijk al jaren een woning zoeken.

Familie. Maar het kan ook gaan om kinderen die voor hun ouders zorgen. Hele familiedynastieën kunnen zich zo in een huurwoning nestelen. De verhuurder verliest zo iedere inspraak op het gebruik van de woning.

Wat is hiertegen te doen?

Niet zo veel. In de wet is bepaald dat het verzoek moet worden gehonoreerd als de gezamenlijke huishouding ‘duurzaam’ is. Maar wat is dan duurzaam? Uit de rechtspraak blijken de volgende argumenten daarbij van belang te zijn:

  • de leeftijd van het kind is 30 jaar of ouder;
  • de badkamer, keuken, etc. worden ook echt gezamenlijk gebruikt;
  • het kind draagt bij in de kosten van de huishouding;
  • de samenwoning duurt minimaal 2 jaar;
  • het kind moet voldoende financiële middelen hebben om de huur te kunnen betalen.

Dossiervorming. Het enige wat de verhuurder kan doen, is informatie verzamelen waarmee de bovenstaande argumenten kunnen worden ontkracht. Dit is niet eenvoudig omdat hij niet weet of de (mede)huurder ook inderdaad een verzoek zal gaan indienen en wannéér hij dit zal doen. Bovendien kan een huurder de bovenstaande punten eenvoudiger bewijzen terwijl het voor de verhuurder lastig is om het tegendeel aan te tonen.

Tip. Start tijdig met dossiervorming. Zorg dat u als verhuurder daarmee kunt aantonen dat de huurder en zijn kind niet veel tijd samen doorbrengen of dat ze niet echt samenwonen. Zoekt het kind zelf actief naar andere woonruimte? Of probeer aan te tonen dat het inkomen van het kind niet voldoende is om de huur te voldoen. Alleen dán heeft u een kans bij een rechter.

Overlast doet er niet toe

Overlast is geen argument. Op de genoemde gronden wordt redelijk strak getoetst. De rechter vond onlangs dat het feit dat de zoon van de huurster regelmatig voor overlast zorgt, geen reden is om het verzoek af te wijzen. Overlast is volgens de wet geen toetsingsgrond (LJN: BY1326).

Antimisbruik. De wetgever heeft het probleem van scheefwonen erkend. Als aan de vereisten van medehuurderschap is voldaan, maar de rechter tóch het idee krijgt dat het verzoek enkel is ingediend om het huurcontract van de huurder over te nemen, dient hij het verzoek af te wijzen. Helaas wordt deze mogelijkheid slechts zelden door rechters gebruikt.

De verhuurder die niet wil dat de kinderen van een huurder het huurcontract overnemen, doet er goed aan op tijd te beginnen met dossieropbouw. Uit dat dossier moet onder andere blijken dat het kind niet écht bij de ouders woont.

Contactgegevens

Indicator BV | Schootense Dreef 31 | Postbus 794 | 5700 AT Helmond

Tel.: 0492 - 59 31 31 | Fax: 040 - 711 17 00

klantenservice@indicator.nl | www.indicator.nl

 

KvK-nummer: 17085336 | Btw-nummer: NL-803026468B01