Beperking verliesverrekening niet van toepassing?
Wat was het geval? Een Nederlandse vennootschap heeft in 2008 een deelneming in Y GmbH. Daarnaast verricht de vennootschap geen andere activiteiten. De Duitse vennootschap wordt in augustus 2008 geliquideerd. Het verlies dat de Nederlandse vennootschap over 2008 maakt, groot ongeveer € 56.000,-, wordt door de inspecteur aangemerkt als een ‘houdsterverlies’. Dit zou zodoende enkel verrekend kunnen worden met houdsterwinsten.
Standpunt rechter
Rechter. De vennootschap is het daarmee niet eens en procedeert. Uiteindelijk wordt zij door de rechter in het gelijk gesteld. Doordat de vennootschap zich niet gedurende 90% van het jaar heeft beziggehouden met houdsteractiviteiten, is er geen sprake van een houdsterverlies. De periode van non-activiteit wordt zodoende niet toegerekend aan de voorafgaande houdsteractiviteiten.
Criterium. De rechtbank geeft dus duidelijk aan dat de daadwerkelijke activiteiten van de vennootschap doorslaggevend zijn voor de kwalificatie van houdstermaatschappij. De statutaire doelstelling van de vennootschap noch de oorsprong van de kosten (deelneming) zijn hierbij relevant.
Verrekening. Voor de vennootschap is dit een gunstige uitspraak. Door winstgevende activiteiten in de vennootschap te brengen, kan het verlies uit 2008 in de komende jaren worden verrekend.
Commentaar
Praktijkgevolgen. Sinds 2004 bestaat er een bijzondere regeling voor de verrekening van verliezen door een zogenaamde ‘houdstermaatschappij’. Deze houdt in dat de verliezen die worden behaald in een periode dat een vennootschap is aan te merken als een houdstermaatschappij, enkel kunnen worden verrekend met winsten uit andere jaren waarin de vennootschap óók deze kwalificatie had.
Houdster. Als houdstermaatschappij wordt aangemerkt: ‘de vennootschap waarvan de werkzaamheden gedurende minimaal 90% van het jaar bestaan uit het houden van deelnemingen of het financieren van verbonden lichamen’.
De insteek van de beperking is dat houdsterverliezen alleen met houdsterwinsten kunnen worden verrekend. Zodoende heeft het geen zin om na enkele verliesgevende jaren, winstgevende activiteiten in een dergelijke vennootschap te brengen. Het is nu duidelijk dat een periode van non-activiteit niet tot de periode van houdsteractiviteiten kan behoren. Daardoor zal de beperking van de verliesverrekening niet snel van toepassing zijn als een vennootschap gedurende het jaar start met houdsteractiviteiten dan wel deze activiteiten gedurende het jaar beëindigt.
Overdracht. Dergelijke situaties zijn ook te construeren. Bijvoorbeeld door gedurende het jaar de deelneming over te dragen aan een andere houdstermaatschappij. Hiermee zal voor beide vennootschappen geen beperking van de verliesverrekening gelden. Wel dient het verlies van aanzienlijke omvang te zijn om een dergelijke herstructurering te rechtvaardigen.
U kunt de besproken uitspraken downloaden van http://belastingen.indicator.nl (BT 16.21.07).
Bron
Rechtbank Haarlem, nrs. 11/735, 11/165 en 11/0697