Uitgekocht. Naar het buitenland dan maar?
Wat met de landbouwvrijstelling?
Niet iedere (vrijwillige) bedrijfsverplaatsing - ook niet die de overheid graag ziet - vormt fiscaal bezien overheidsingrijpen. Laat bij de geringste twijfel de fiscus schriftelijk bevestigen dat er sprake is van overheidsingrijpen.
Winst. De boer die zijn grond verkoopt (gedwongen of vrijwillig) en daarbij winst behaalt, kan een beroep doen op de landbouwvrijstelling. Slechts indien en voor zover deze vrijstelling niet van toepassing is, moet nagedacht worden over manieren om heffing te voorkomen.
Herinvesteringsreserve gebruiken. Indien er sprake is van overheidsingrijpen (bijvoorbeeld bij onteigening of verkoop ter voorkoming van onteigening), kan een beroep worden gedaan op de verruimde herinvesteringsreserve (HIR). Hierdoor zijn de mogelijkheden veel ruimer om vervangende investeringen te mogen doen die afgeboekt kunnen worden op de eerder gevormde HIR. Maar kan een dergelijke HIR ook gebruikt worden voor de aankoop van (vervangende) grond in België of een ander land binnen of buiten de EU?
Staking. Vooropgesteld moet worden dat als een onderneming na de verkoop van de grond niet meer wordt voortgezet (m.a.w. de onderneming wordt definitief gestaakt) er geen HIR (ook geen verruimde HIR) meer gevormd kan worden. Enkel in geval van voortzetting is ruimte voor een HIR. Maar kan dat ook in het buitenland?
Tip. Van een staking - ook bij voortzetting in het buitenland - is volgens de Hoge Raad geen sprake als de identiteit van de onderneming behouden blijft. Als de onderneming op dezelfde wijze en met (veel) van dezelfde productiemiddelen voortgezet wordt zal in de meeste gevallen sprake zijn van behoud van identiteit.
In Nederland
Wat is belangrijk om te weten? Wordt de onderneming voorgezet, dan kan ook de HIR voor een buitenlandse investering gebruikt worden. Belangrijk is wel dat bij voortzetting in het buitenland de onderneming desondanks hier gevestigd blijft. Verhuist de ondernemer naar het buitenland, dan is dat bijna onmogelijk. Slechts als in maatschaps- of firmaverband wordt samengewerkt en één van de vennoten vertrekt naar het buitenland en de ander (senior dan meestal) hier blijft, kan men stellen dat de onderneming in Nederland gevestigd blijft en slechts een filiaal in het buitenland heeft. Bij een BV is het vaak wat makkelijker om deze in Nederland gevestigd te laten blijven, al moet dat wel goed (bijv. door een trustkantoor) geregeld worden.
Dubbele belasting. De buitenlandse fiscus heeft met uw HIR niets te maken en gaat gewoon uit van de werkelijke boekwaarde van de nieuwe investering. De Nederlandse fiscus houdt wel rekening met uw HIR bij de bepaling van uw winst in het kader van de tegemoetkoming ter voorkoming van dubbele belasting. Afschrijven wordt dan wat lastiger en er zal eerder sprake zijn van winst bij verkoop (door de als gevolg van de HIR verlaagde boekwaarde). Daardoor wordt de zogenaamde ‘reductiebreuk’ wat ongunstiger, wat erop neerkomt dat Nederland de als gevolg van de HIR misgelopen belasting weer langzaam naar zich toehaalt. Maar de conclusie moet toch zijn dat - mits het goed aangepakt wordt - een HIR in het buitenland kan worden toegepast.