Veldinventaris glastuinbouw definitief op de balans
De hoogste belastingrechter heeft onlangs twee uitspraken gedaan over de fiscale behandeling van veldinventaris. Hoe zit de vork nu in de steel?
Tomatenteeltcyclus. Volgens een uitspraak van een lagere rechter (het hof) moest een tomatenkwekerij diverse uitgaven voor een volgende tomatenteeltcyclus (opgroeiende tomatenplanten ofwel: de veldinventaris) op 31 december op de balans zetten en dan jaarlijks daarop gaan afschrijven (= activeren) en mocht de kwekerij deze uitgaven niet in het jaar van de uitgaven (2003) ineens aftrekken. Een collega ging daarop in hoger beroep tegen deze hofuitspraak bij de hoogste rechter (de Hoge Raad). De Hoge Raad heeft deze uitspraak van het hof nu definitief bevestigd (Hoge Raad 1 februari 2008, LJN: BA4260), waarmee een einde gekomen is aan een lange periode waarin veldinventaris niet op de fiscale balans geactiveerd behoefde te worden.
Uitgangspunt voor de hoogste rechter?
Planten en gewassen met korte levensduur. De Hoge Raad nam als uitgangspunt planten en gewassen met een korte levensduur en bestemd voor de omzet. Maar de beslissing geldt niet alleen indien de vruchten of opbrengsten eenmalig worden geoogst, maar ook als het meerdere oogsten betreft of opbrengsten gedurende een zekere periode. De Hoge Raad ging vervolgens in op een arrest uit 1956 over de waarderingsregel voor zaken die in het bedrijf aanwezig zijn ‘ter bewerking, verwerking of voor de verkoop en voor de omzet bestemd zijn’ (zoals planten en gewassen met een korte levensduur). Deze zaken moeten in beginsel worden gewaardeerd op de aanschaffingskosten. Zaken in bewerking en verwerking moeten worden gewaardeerd op de voortbrengingskosten, die door de vervaardiging van deze zaken worden opgeroepen.
Wat speelde vroeger? In twee ‘oude’ uitspraken uit 1957 en 1960 had de Hoge Raad voor landbouwbedrijven in bepaalde situaties een uitzondering op bovengenoemde hoofdregel gemaakt. Volgens deze arresten mocht een landbouwbedrijf de uitgaven van de veldinventaris - die normale jaarlijks terugkerende uitgaven omvat die in het direct volgende boekjaar praktisch zijn uitgewerkt - van de winst aftrekken in het jaar van betaling.
De Hoge Raad zag in de vroeger minder goede (geavanceerde) administratieve bedrijfsvoering van landbouwbedrijven een reden voor deze uitzondering.
Hoe nu waarderen?
Met de moderne techniek en administratieve bedrijfsvoering zijn de arresten uit 1957 en 1960 achterhaald, volgens de Hoge Raad. Dit houdt in dat land- en tuinbouwbedrijven de uitgaven voor veldinventaris (o.a. plantmateriaal, verwarming, arbeid, water, meststoffen, gewasbescherming, het stomen van de grond en divers hulpmateriaal) op de eindbalans moeten activeren. Dat is veelal onvoordelig want nu mogen deze kosten van de op 31 december aanwezige veldinventaris pas in het volgende jaar van de winst worden afgetrokken.
Waarderingsnorm veldinventaris 2007. Voor een aantal producten zijn normbedragen bepaald in de fiscale landbouwnormen (te downloaden van http://www.belastingdienst.nl). Per bruto m2 glasoppervlak exclusief btw:
Komkommers | € 4,- |
Aubergines | € 5,- |
Paprika | € 5,- |
Pepers | € 6,40 |
Chrysanten | € 5,50 |
Tomaten | € 5,20 |
Aardbeien onder glas | € 4,18 |
Niet-genormeerde producten. Voor niet-genormeerde producten dient u zelf aan het rekenen te gaan. In de landbouwnormen staat met welke elementen u bij de waardering rekening moet houden.