Dat vergt wat stuurmanskunst
In een akte van erfdienstbaarheid staan vaak een aantal bepalingen die voor meerdere uitleg vatbaar zijn. In de praktijk van alledag kan dit nogal eens tot problemen leiden. Hoe moeten die bepalingen nu eigenlijk worden uitgelegd?
Ik wil overal kunnen parkeren
Met elkaar overweg kunnen. Alberts en Berends zijn buren van elkaar. Beiden wonen aan een grindterrein dat wordt gebruikt als toegangspad en parkeerterrein. Het gezamenlijk gebruik van het grindterrein wordt beheerst door de tussen partijen gelden ‘akte van erfdienstbaarheid’. Voor zover in dit verhaal van belang staat in die akte vermeld dat partijen het recht hebben om via de kortste route naar de openbare weg te komen. Ook hebben beide partijen het recht om auto’s te parkeren op dat gedeelte van het grindterrein dat het dichtst bij hun eigen woning ligt.
En mijn tuintje dan?
Ik wil overal kunnen parkeren. Berends had al jaren een gedeelte van het grindterrein ingericht als tuin.
Alberts was van mening dat deze tuin een volledig gebruik van de erfdienstbaarheid in de weg stond en eiste dat hij op het gehele grindterrein zijn auto’s mocht plaatsen. Alberts vorderde dan ook dat Berends zijn tuintje weghaalde en het betreffende terrein in originele staat terugbracht. Het spreekt voor zich dat beide buren niet meer op goede voet met elkaar omgingen.
Wat staat er nu precies?
Uitleg is nodig. De rechter werd, kort gezegd, gevraagd op welke wijze een aantal onduidelijke bepalingen in de akte van erfdienstbaarheid moeten worden uitgelegd.
De rechter heeft het laatste woord. De rechter oordeelde in deze kwestie dat de uitleg die Alberts gaf aan de erfdienstbaarheid, die in feite neerkwam op een volledige zeggenschap over het grindterrein, geen recht deed aan het in de akte bepaalde. De akte van erfdienstbaarheid bevatte namelijk ook beperkingen voor Alberts.
Het moet van twee kanten komen. Alberts moest er rekening mee houden dat de uitvoering van een erfdienstbaarheid op de minst bezwarende manier moet gebeuren. Alberts mag dan ook niet méér overlast aan Berends veroorzaken dan redelijkerwijs noodzakelijk.
Het moet wél redelijk blijven. Redelijkheid en billijkheid spelen een grote rol bij de uitleg van de manier waarop een erfdienstbaarheid moet worden uitgeoefend.
De rechter gaat kijken
De rechter ging ter plekke poolshoogte nemen en stelde vast dat Alberts vanuit zijn huis prima de openbare weg kon bereiken. Daarnaast was er voldoende parkeergelegenheid voor Alberts.
Daar was weliswaar wat meer stuurmanskunst voor nodig, maar dat achtte de rechter in zijn algemeenheid bij het parkeren van auto’s niet ongebruikelijk.
Rekening houden met elkaar. Tot slot overwoog de rechter dat, nu Alberts en Berends woonachtig zijn rondom hetzelfde erf, zij over en weer rekening moeten houden met elkaars gerechtvaardigde belangen.
Tuintje
Berends mocht van de rechter zijn tuintje blijven behouden omdat dit aan een normale uitvoering van de erfdienstbaarheid niet in de weg stond. Albers kon immers nog steeds van de openbare weg naar zijn huis komen (LJN: BB7166).