Drie maanden verlof? Mooi niet
Al geruime tijd worden we bestookt met reclames die de indruk wekken dat dankzij de levensloopregeling iedereen (werknemers!) heerlijk, extra lang op vakantie kan. Heeft u als werkgever ook nog iets te vertellen?
Het geld voor de levensloopregeling is van de werknemer. En dat geld kan dus onder andere worden opgenomen in een extra (onbetaalde) verlofperiode. De uitbetaling verloopt via u, omdat het in de salarisboekhouding moet worden verwerkt. Want over het levensloopgeld moet nog loonheffing worden betaald. Met de levensloopregeling wil de wetgever werknemers de mogelijkheid geven om - extra - verlof te nemen op momenten dat het hen goed uitkomt. Opvallend is dat daarbij weinig aandacht voor de werkgever bestaat. Heeft u nog iets te vertellen?
Recht op vrije dagen?
Mag u het verzoek om extra - onbetaald - verlof weigeren? Eerst moet u zich afvragen of de werknemer een beroep doet op de mogelijkheden van de Wet arbeid en zorg. Het gaat dan met name om:
• ouderschapsverlof;
• langdurig zorgverlof.
Als een werknemer een van deze twee soorten onbetaald verlof opneemt en daar zijn levensloopsaldo voor wil gebruiken, mag u dat niet weigeren.
Wel heeft u nog iets te zeggen over de werktijden in het geval uw werknemer gedurende een deel van de werkweek verlof wenst. Zie T&A Personeel, jg. 10, nr. 9, 15-03-2005, p. 1.
Let op. Wilt u afwijken van de werktijden die uw werknemer voorstelt, dan zult u daar een hele goede reden voor moeten hebben. Bovendien moet u laten zien dat u naar alternatieven heeft gezocht, maar dat die niet voor handen zijn.
Gewoon extra verlof?
Wat nu als uw werknemer ‘gewoon’ extra verlof wil? Bijvoorbeeld voor die beroemde wereldreis van drie maanden.
Geen recht op verlof. De levensloopregeling geeft uw werknemer géén recht op verlof. Bij de behandeling van het wetsvoorstel in het parlement is duidelijk gesteld dat de werknemer voor verlof toestemming van de werkgever nodig heeft.
In de praktijk betekent dit dat uw werknemer een verzoek kan doen om onbetaald verlof en dat er vervolgens overleg zal zijn. Komt die verlofaanvraag u niet goed uit, dan mag u die weigeren. Het is dan niet zo dat er sprake moet zijn van een ‘zwaarwegend bedrijfsbelang’ zoals bij de aanvraag van normaal verlof (zie ook p. 6). Uiteraard dient u de redelijkheid in het oog te houden. U moet een afwijzing kunnen motiveren.
Werkgeversbijdrage. Heeft u als werkgever meebetaald aan het levensloopsaldo, dan mag u het gevraagde ‘extra verlof’ niet weigeren. U mag namelijk geen ‘nadere eisen stellen’ bij het toekennen van de werkgeversbijdrage. Stelt u wel ‘nadere eisen’, dan voldoet de regeling niet meer aan de fiscale regels en is de werkgeversbijdrage onmiddellijk belast loon (en dat zal niet de bedoeling zijn).
Tip. Het is handiger geen werkgeversbijdrage voor de levensloopregeling toe te kennen. Dan behoudt u veel meer vrijheid van handelen.
Duidelijkheid vooraf
Voorkom dat u steeds met werknemers individueel in discussie moet over het gevraagde onbetaald verlof. Leg het beleid dat u voert vast in uw levensloopreglement. Wijs bijvoorbeeld bepaalde (rustige) perioden aan waarin verlof in overleg kan worden opgenomen. Of (drukke) perioden waarin verlof niet mogelijk is. Zie over de levensloopregeling ook T&A Personeel, jg. 10, nr. 22, 25-10-2005, p. 2.
U kunt een levensloopreglement downloaden via http://personeel.indicator.nl (PS 11.03.02).